C-676/25 Viva credit 

Asset Publisher

C-676/25 Viva credit 

Prejudiciële hofzaak

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     29 december 2025
Schriftelijke opmerkingen:                     15 februari 2026

Trefwoorden: AVG, recht van inzage, leningsovereenkomst 

Onderwerp: Handvest van de grondrechten EU: artikel 8; Verordening 2016/679 (AVG): artikelen 12, 15 en 20.

In september 2023 hebben ‘I.N.R.’ en verwerende partij ‘Viva Credit’ een leningsovereenkomst gesloten. In april 2025, na beëindiging van de overeenkomst, heeft I.N.R. op basis van artikel 15 AVG een verzoek ingediend bij verweerder en verzocht om alle informatie omtrent het gebruik van zijn persoonsgegevens met hem te delen. Viva Credit heeft een uittreksel van de leningsovereenkomst met daarin de verwerkte persoonsgegevens met hem gedeeld. Viva Credit weigert vervolgens het nieuwe verzoek van I.N.R. om een kopie van de volledige overeenkomsten met hem te delen (en niet alleen de uittreksels), waarna I.N.R. in beroep gaat. De Bulgaarse rechter vraagt het Hof naar de reikwijdte van artikel 15 AVG. 

Prejudiciële vragen: 
1) Moeten artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, artikel 12, leden 1 en 5, en artikel 15, lid 3, van verordening (EU) 2016/679, gelezen in samenhang met de overwegingen 58 en 60 tot en met 63 van die verordening alsook met de arresten van het Hof van Justitie in de zaken C-487/21 en C-307/22, aldus worden uitgelegd dat, in de context van beëindigde rechtsbetrekkingen tussen een kredietgever en een kredietnemer op grond van een leningsovereenkomst, het recht van de betrokkene om een kopie te verkrijgen van de persoonsgegevens die worden verwerkt in de vorm van opslag (archivering) voor de duur en de doeleinden van de toepassing van antiwitwasmaatregelen, de verplichting van de verwerkingsverantwoordelijke met zich meebrengt om op ieder verzoek daartoe tevens een volledige kopie te verstrekken van de leningsovereenkomst in het kader waarvan toestemming voor de verwerking van de gegevens is verleend? 

2) Moet het in artikel 20, lid 1, AVG neergelegde recht op overdraagbaarheid van gegevens aldus worden uitgelegd dat het ook het recht van de betrokkene omvat om een volledige kopie op papier te verkrijgen van de leningsovereenkomsten in het kader waarvan hij bij de sluiting zijn persoonsgegevens heeft verstrekt, wanneer de overeenkomsten zijn beëindigd en de op basis daarvan verzamelde/verwerkte gegevens door de verwerkingsverantwoordelijke worden bewaard uitsluitend voor de doeleinden en de duur van de toepassing van antiwitwasmaatregelen? 

3) Wat is het verband tussen, enerzijds, de in artikel 5, lid 1, onder a), c) en d), AVG neergelegde beginselen van transparantie, minimale gegevensverwerking en juistheid alsook de in artikel 15, leden 1 en 3, en artikel 20, lid 1, AVG neergelegde rechten – van inzage en op overdraagbaarheid van de persoonsgegevens die worden verwerkt in de vorm van opslag (archivering) voor de doeleinden en de duur van de toepassing van antiwitwasmaatregelen – en, anderzijds, de verplichting van de verwerkingsverantwoordelijke om de betrokkene, naast een kopie van de gegevens, tevens een volledige kopie van de leningsovereenkomst te verstrekken wanneer: 1) deze is gesloten na profilering van de betrokkene door middel van algoritmen voor machine learning en 2) de verwerkingsverantwoordelijke aantoont dat de betrokkene reeds over deze overeenkomsten beschikt? 

4) Indien de verplichting om een volledige kopie van de leningsovereenkomst te verstrekken niet absoluut is (niet wordt verondersteld), de gegevens slechts worden verwerkt in de vorm van opslag (archivering) voor de doeleinden en de duur van de toepassing van antiwitwasmaatregelen en indien de betrokkene aanvoert dat hij zonder de volledige kopie van de overeenkomst niet in staat is de context en de gevolgen van de verwerking te begrijpen, aan de hand van welke objectieve criteria en onder welke voorwaarden moet de nationale rechter dan beoordelen of de verwerkingsverantwoordelijke verplicht is een volledige kopie van de leningsovereenkomst te verstrekken? 

5) Dient in het kader van de werkingssfeer van de bescherming waarin artikel 79 AVG en artikel 8 van het Handvest voorzien, de beoordeling door de verwerkingsverantwoordelijke dat de leningsovereenkomst bedingen bevat die niet binnen de werkingssfeer van het in artikel 15, leden 1 en 3, [AVG] bedoelde recht vallen, en dat het verzoek onevenredig en repetitief is, aan rechterlijke toetsing te worden onderworpen en aan de hand van welke objectieve criteria/onder welke voorwaarden moet die toetsing door de nationale rechter worden verricht?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-154/21 Österreichische Post (informatie over de ontvangers van persoonsgegevens); C-487/21 Österreichische Datenschutzbehörde en CRIF; C-307/22 FT (kopieën van het medisch dossier); С-203/22 Dun & Bradstreet Austria; C-26/22 en C-64/22 SCHUFA Holding (kwijtschelding van restschulden).

Specifiek beleidsterrein: JenV

Gerelateerde documenten