NADA Austria is een vennootschap van algemeen nut met beperkte aansprakelijkheid. Zij maakt op haar website een lijst bekend met schorsingen en uitsluitingen van sporters door sportbonden wegens dopinggebruik. Een aantal betrokkenen vordert dat hun namen worden verwijderd van de site. De Oostenrijkse rechter waaraan de zaak is voorgelegd, stelt vragen aan het Hof van Justitie, met name over de toepasselijkheid van de AVG/GDPR in een dergelijk geval.
Deze zaak gaat over de vaststelling van vaderschap. Een Italiaanse rechter heeft aan een Franse rechter gevraagd om bewijs te verkrijgen overeenkomstig EU-verordening 2020/1783, teneinde een genetisch deskundigenrapport op te stellen dat nodig is om het vaderschap vast te stellen. De uitvoering van dat verzoek houdt in dat het in Frankrijk begraven lichaam van de vermeende vader wordt opgegraven om genetisch materiaal af te nemen. Volgens de code civil kan een rechter evenwel niet de opgraving gelasten van een lichaam om genetisch materiaal af te nemen ter vaststelling van het ouderschap, tenzij de overledene tijdens zijn leven uitdrukkelijk toestemming daarvoor heeft gegeven
Twee voetbalmakelaars vechten verschillende regels van de Internationale Voetbalfederatie (FIFA) aan inzake de uitoefening van het beroep van voetbalmakelaars en voetbalcoaches. De betwiste regels hebben met name betrekking op het verbod om tegelijkertijd twee of drie van de bij de transfer van een speler of trainer betrokken partijen te vertegenwoordigen, namelijk de speler of trainer, de ontvangende club en de vertrekkende club, alsmede de maximumvergoeding van makelaar (percentage van het transferbedrag of van de jaarlijkse vergoeding van de speler of de trainer). De Duitse rechter heeft het Hof van Justitie hierover geraadpleegd.
In deze zaken gaat het over de rechtsbepalingen die in Italië de uitoefening van de sanctiebevoegdheid van sportverenigingen ten aanzien van onder hun bevoegdheid vallende personen regelen. Zijn die verenigbaar zijn met het Unierecht? Het gaat in casu om bestuurders van Juventus die werden bestraft in verband met financiële onregelmatigheden. De gewone rechters hebben echter slechts beperkt jurisdictie inzake dat soort sancties.
Italië heeft een inbreukprocedure tegen Oostenrijk ingeleid. Het is van mening dat Oostenrijk het recht van de Unie heeft geschonden door bepaalde maatregelen te nemen ter beperking van het verkeer van zware vrachtwagens op de snelwegen van het Inn-dal (A12) en de Brenner (A13). De sectorale rijverboden die het verkeer van zware vrachtwagens op deze verkeersas beperkten – en die door Oostenrijk waren opgelegd om de uitstoot van verontreinigende stoffen in de Brenner-corridor en de omgeving daarvan te beteugelen – werden door het Hof van Justitie in twee arresten uit 2005 en 2011 (respectievelijk de arresten Brenner I en Brenner II) als onverenigbaar met het Unierecht beoordeeld. In 2016 stond de Commissie op het punt Oostenrijk voor het Hof van Justitie te dagen omdat in de regio Tirol de in de richtlijn inzake luchtkwaliteit vastgestelde NO₂-grenswaarden stelselmatig werden overschreden. Sinds 2020 worden deze grenswaarden nageleefd. Oostenrijk heeft daartoe de bestaande rijverboden aangescherpt en nieuwe ingevoerd. Italië vecht vier van deze maatregelen aan bij het Hof van Justitie (nachtelijke, sectorale en winterse rijverboden en een systeem voor de dosering van de toegang tot de snelweg A12). Oostenrijk erkent dat de genoemde maatregelen een beperkend effect hebben op het vrije verkeer van goederen, maar stelt dat ze gerechtvaardigd zijn om dwingende redenen van algemeen belang: de bescherming van het milieu, de volksgezondheid en de verkeersveiligheid