Covid-19: Raad keurt btw-vrijstelling voor “koop-en-doneer”-activiteiten van de EU goed

Contentverzamelaar

Covid-19: Raad keurt btw-vrijstelling voor “koop-en-doneer”-activiteiten van de EU goed
De Raad heeft een tijdelijke btw-vrijstelling ingevoerd voor de invoer van goederen door, goederenleveringen aan en het verrichten van diensten voor de Europese Commissie en andere EU-organen. Dankzij de btw-vrijstelling kunnen de Europese Commissie en andere EU-organen zonder btw-afdracht goederen en diensten aankopen en deze vervolgens doneren aan lidstaten en derden. De desbetreffende goederen en diensten moeten wel worden ingezet bij de bestrijding van het coronavirus.

Het gaat om richtlijn 2021/1159. Deze richtlijn is op 13 juli 2021 door de Raad vastgesteld.

Achtergrond

Op grond van artikel 143, lid 1, sub f bis en artikel 151, lid 1, sub a bis van richtlijn 2006/112 (hierna: btw-richtlijn) verlenen de lidstaten vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) voor de invoer van goederen door, goederenleveringen aan en het verrichten van diensten voor de EU, Euratom, de Europese Centrale Bank, de Europese Investeringsbank of door de EU opgerichte organen waarop Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de EU van toepassing is. Die vrijstelling is echter strikt beperkt tot aankopen voor officieel gebruik en geldt niet voor situaties waarin EU-organen goederen en diensten aankopen in reactie op het coronavirus en die goederen en diensten vervolgens kosteloos ter beschikking stellen aan lidstaten of derden.

Aangezien er volgens de Raad nog steeds dringende maatregelen moeten worden genomen om de coronacrisis aan te pakken, moet er een btw-vrijstelling komen voor de aankoop van goederen en diensten door de Commissie of een krachtens het EU-recht opgericht agentschap of orgaan. De Commissie, het agentschap of het orgaan moet die goederen en diensten wel nodig hebben voor de uitoefening van zijn taken. Tevens moeten die goederen en diensten worden gebruikt om te reageren op de coronacrisis. De Raad heeft die vrijstelling op 13 juli 2021 vastgesteld in richtlijn 2021/1159.

Door de vaststelling van de vrijstelling zullen EU-maatregelen in het kader van het coronavirus niet langer worden belemmerd door btw-bijdragen of door regeldruk vanwege de verplichtingen om zich voor btw-doeleinden te laten registreren. Als btw zou moeten worden betaald over deze EU-maatregelen, zouden volgens de Raad kostbare middelen verloren gaan en zouden de lidstaten minder goederen en diensten krijgen.

Richtlijn 2021/1159 is op 7 juli 2021 door de Raad vastgesteld. De bij die richtlijn ingevoerde vrijstelling moet echter met terugwerkende kracht gelden vanaf 1 januari 2021. De retroactieve toepassing is volgens de Raad fundamenteel om te voorkomen dat de maatregelen om de gevolgen van het coronavirus te ondervangen, geen effect sorteren.

Meer informatie:

  • Persbericht van de Raad
  • ECER-dossier – Belasting over de toegevoegde waarde
  • ECER-bericht – Covid-19: Tijdelijke versoepeling van de btw-regels op coronavaccins, testhulpmiddelen en gerelateerde diensten (11 december 2020)