EU-Hof: grensarbeiders met huishouden in Zwitserland mogen niet worden uitgesloten van Duits belastingvoordeel voor werknemers met huishouden in EU-lidstaat of EER-staat
Nieuwsbericht | 30-09-2026
Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 17 september 2026 in de zaak C-223/25 Finanzamt Siegburg. Het echtpaar BT en CY, beiden van Zwitserse en Duitse nationaliteit wonen in Zwitserland. BT werkt in Duitsland, woont doordeweeks aldaar en keert in het weekend regelmatig terug naar Zwitserland. In 2019 hebben verschillende ambachtslieden in het huis in Zwitserland werkzaamheden uitgevoerd. In het kader van zijn aangifte voor de inkomstenbelasting in Duitsland heeft BT verzocht om wijziging van zijn aanslag om in aanmerking te komen voor een Duits belastingvoordeel voor dienstverlening en werkzaamheden van ambachtslieden in een huishouden. De Duitse belastingdienst heeft dit verzoek geweigerd en BT heeft daartegen beroep ingesteld bij de verwijzende rechter. De verwijzende rechter heeft geconstateerd dat BT niet voldoet aan de voorwaarde dat het huishouden in een EU-lidstaat of een EER-staat (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) is gelegen. Hij vraagt zich echter af of de weigering verenigbaar is met de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen (OVP). Het EU-Hof oordeelt dat de regeling een verschil in behandeling oplevert op basis van het criterium van de plaats waar het huishouden zich bevindt. Een dergelijk verschil kan tot hetzelfde resultaat leiden als een onderscheid naar woonplaats en vormt daarmee een in de OVP verboden discriminatie op basis van nationaliteit. Volgens het EU-Hof kan deze discriminatie niet gerechtvaardigd worden door de noodzaak om zwart werk te bestrijden of de noodzaak om de fiscale samenhang te waarborgen.