EU-Hof heroverweegt voor het eerst een arrest van het EU-Gerecht in een prejudiciële procedure
Nieuwsbericht | 03-11-2026
Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 8 oktober 2026 in de zaak C-108/26 RX D S.A. tegen P S.A.
Het EU-Hof heeft in zijn arrest voor het eerst sinds het EU-Gerecht bevoegd is geworden om kennis te nemen van prejudiciële vragen een arrest van het EU-Gerecht in een prejudiciële zaak heroverwogen. Naar aanleiding van het voorstel van de eerste advocaat-generaal van het Hof had de Kamer van heroverweging in maart 2026 besloten om het arrest van het EU-Gerecht te heroverwegen vanwege een ernstig risico op de aantasting van de eenheid of de samenhang van het Unierecht.
Het EU-Hof oordeelt dat het arrest van het EU-Gerecht inderdaad de eenheid en samenhang van het Unierecht aantast. Het EU-Gerecht heeft het begrip ‘buitengewone omstandigheden’ uit artikel 5 van Verordening 251/2004 namelijk te ruim uitgelegd. Het EU-Hof vernietigt het arrest voor wat betreft de antwoorden op de eerste twee prejudiciële vragen. De heroverweging van het EU-Hof zal daarvoor in de plaats treden.