Contentverzamelaar

EU-Hof: Italiaanse kapitaaleisen bij aanbestedingsprocedure in strijd met Unierecht
Een regeling op grond waarvan bij een openbare aanbestedingsprocedure alleen concessie kan worden verleend aan een vennootschap die beschikt over een minimaal volgestort kapitaal van 10 miljoen EUR is in strijd met het Unierecht. Dat heeft het EU-Hof bepaald.

Het gaat om de uitspraak in de zaken C-357/10 tot en met C-359/10, Duomo Gpa.

Deze zaken hadden betrekking op een Italiaanse regeling die voorwaarden stelde voor openbare aanbestedingsprocedures voor de gunning van diensten van beheer, vaststelling en inning van bepaalde belastingen. Duomo Gpa en twee andere ondernemingen waren uitgesloten van deze aanbestedingsprocedures. De reden hiervoor was dat zij niet beschikten over een minimaal volgestort kapitaal van 10 miljoen EUR.

De verwijzende Italiaanse rechter heeft het EU-Hof verzocht of de betrokken regeling in overeenstemming is met de Dienstenrichtlijn en de artikelen 49 en 56 VWEU betreffende het vrij verkeer van vestiging en diensten.

Het EU-Hof stelt vast dat de betrokken regeling een beperking van het vrij verkeer vormt. De vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting worden immers belemmerd of minder aantrekkelijk gemaakt door de voorwaarde om een bepaald minimum volgestort kapitaal te hebben. Ook dwingen de regels dat particuliere marktdeelnemers, die de betrokken activiteiten willen verrichten, rechtspersoonlijkheid aan te nemen.

Deze beperking kan volgens het EU-Hof in beginsel worden gerechtvaardigd met het oog op een dwingende reden van algemeen belang. Verwezen wordt in dit verband naar de bescherming van de overheidsdienst tegen een eventuele niet-nakoming door de concessiehoudende vennootschap.

De regeling moet dan echter wel geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken en niet verder gaan dan daartoe nodig is. Juist op dit laatste punt schiet de regeling tekort. Het EU-Hof overweegt dat er ook andere, meer evenredige wijzen zijn ter bescherming van de overheidsdienst tegen niet-nakoming door de concessiehouder. Te denken valt aan het verschaffen van bewijs van technische bekwaamheid of financiƫle draagkracht, betrouwbaarheid en solvabiliteit. Ook is het evenrediger het vereiste minimumkapitaal naar evenredigheid af te stemmen op de waarde van de overeenkomst die wordt aangegaan.

Na vaststelling dat de betrokken regeling in strijd is met de vrij verkeerbepalingen komt het EU-Hof niet meer toe aan een beoordeling onder de dienstenrichtlijn.