EU-Hof oordeelt dat openbaarmaking van voorwetenschap in de media door een politicus kan vallen onder de normale uitoefening van zijn functie

Contentverzamelaar

EU-Hof oordeelt dat openbaarmaking van voorwetenschap in de media door een politicus kan vallen onder de normale uitoefening van zijn functie

Het betreft het arrest van het EU-Hof van 18 juni 2026 in de zaak C-376/24, FSMA.

Deze zaak heeft betrekking op de geldigheid van de sanctie die is opgelegd aan een politiek leider wegens het openbaar maken van informatie in interviews met de media, die zou kwalificeren als ‘voorwetenschap’ in de zin van de richtlijn marktmisbruik en de verordening marktmisbruik. De informatie had betrekking op de ophanden zijnde privatisering van een groot Belgisch overheidsbedrijf. De persoon die dit bekend heeft gemaakt, stelt te hebben gehandeld in het kader van de uitoefening van zijn functie als politicus met bestuursverantwoordelijkheden om een debat over deze kwestie van algemeen belang aan te zwengelen.

Het EU-Hof oordeelt dat niet bij voorbaat kan worden uitgesloten dat de openbaarmaking van voorwetenschap door een politicus onder de normale uitoefening van zijn functie kan vallen en dus rechtmatig is in de zin van de verordening marktmisbruik. Dit is met name het geval wanneer een politicus, los van de uitoefening van parlementaire functies, een actief en invloedrijk lid is van een oppositiepartij, waarvan de rol essentieel is in een democratische samenleving, en hij met de openbaarmaking van voorwetenschap beoogt het beleid van de regering of de parlementaire meerderheid te betwisten of aan de kaak te stellen, alsook de belangen te verdedigen van een deel van het electoraat dat deze regering en meerderheid niet steunt, door hun eisen en standpunten onder de aandacht te brengen in het publieke debat.