EU-Hof: verplichting voor Roemeense lagere rechters om bepaalde nieuwe rechtsvragen voor te leggen aan de hoogste rechter is verenigbaar met het Unierecht
Nieuwsbericht | 10-09-2026
Het betreft het arrest van het EU-Hof van 4 september 2026 in de zaak C-606/24, Ministerul Finanţelor.
Het gaat in deze zaak om een Roemeense regeling volgens welke nationale rechterlijke instanties in bepaalde zaken de hoogste rechterlijke instantie van Roemenië moeten verzoeken om een prejudiciële uitspraak over een rechtsvraag die niet eerder door deze laatste is beslecht. Het EU-Hof oordeelt dat het Unierecht zich niet verzet tegen een dergelijke regeling. Die regeling mag echter niet tot gevolg hebben dat de nationale rechterlijke instanties, zowel vóór de verwijzing van de zaak naar de hoogste rechterlijke instantie als na de beslissing van deze rechterlijke instantie over de haar voorgelegde rechtsvraag, worden belet om zich tot het Hof te wenden indien zij van oordeel zijn dat de bij hen aanhangige zaak vragen opwerpt die een uitlegging of een beoordeling van de geldigheid van Unierechtelijke bepalingen verlangen waarover zij een beslissing moeten nemen.