Contentverzamelaar

Inzet Nederland in Brexit onderhandelingen
Bestaande rechten van Nederlandse en Britse burgers op het terrein van verblijf, arbeid en sociale zekerheid moeten worden voortgezet. Het VK moet voldoen aan zijn financiële verplichtingen. Een breed vrijhandelsverdrag moet zich ook richten op samenwerking op het gebied van justitie, buitenlands beleid, veiligheid en defensie. Dat schrijft het kabinet aan de Kamer.

De onderhandelingen met het VK zullen in de eerste fase focussen op een aantal belangrijke aspecten van de uittreding zoals de rechten van over en weer verblijvende burgers, de financiële afwikkeling van de uittreding, grenskwesties (vooral Ierland-Noord-Ierland) en hoe om te gaan met lopende administratieve en juridische procedures op het moment van uittreding. Nederland zet er op in dat de Europese Raad (à 27) nog dit jaar beziet of er voldoende overeenstemming is met het VK over de uitgangspunten en beginselen op deze punten en acht het wenselijk dit in de ER-richtsnoeren op te nemen.

Het kabinet zal zich in de onderhandelingen sterk maken voor het voortzetten van de bestaande rechten van NL- en VK-burgers op het terrein van verblijf, arbeid en sociale zekerheid, nu en in de toekomst.

Het VK moet voldoen aan de financiële verplichtingen aangegaan tijdens het EU-lidmaatschap. De inzet van het kabinet is erop gericht dat er een financiële regeling (financial settlement) komt met het VK, die voorkomt dat de bijdragen van EU27-lidstaten stijgen als gevolg van Brexit.

De toekomstige relatie kan deels worden vormgegeven in een vrijhandelsakkoord. Ook voor andere onderwerpen zoals landingsrechten, financiële diensten en onderzoek zullen passende afspraken moeten worden gemaakt. Eveneens vindt het kabinet dat afspraken nodig zijn over samenwerking op het terrein van justitie en binnenlandse zaken en het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

Het kabinet zet zich in voor een zo goed mogelijke uitkomst van de onderhandelingen, maar zal ook rekening moeten houden met een uitkomst waarbij geen of zeer weinig overeenstemming bestaat over de toekomstige relatie. In het geval er geen zicht is op een tijdig akkoord op hoofdlijnen van de toekomstige relatie is het belangrijk om ernstige verstoringen waar mogelijk te voorkomen en te verminderen. Dat moet deels door afspraken te maken in het EU-VK uittredingsakkoord en deels door contingency planning, dat wil zeggen het nemen van eenzijdige maatregelen om verstoringen te voorkomen of voor zover mogelijk te verminderen en de schade te beperken.

Elk akkoord dat met het VK wordt gesloten, zal gebaseerd moeten zijn op een evenwicht tussen rechten en verplichtingen waarbij de integriteit van de interne markt en de EU-rechtsorde dient te worden gewaarborgd. Het kabinet acht het van belang dat dit in de ER-richtsnoeren wordt vastgelegd.

Voor wat betreft de verplaatsing van agentschappen die nu in het VK zijn gevestigd, zet het kabinet in op tijdige besluitvorming over de verplaatsing. Besluitvorming zou zo snel mogelijk, maar in ieder geval voor het einde van dit jaar, moeten plaatsvinden zodat de agentschappen voldoende tijd hebben om hun activiteiten zonder verstoringen te blijven voortzetten. Nederland heeft zich kandidaat gesteld voor het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) en zet zich actief in om het agentschap naar Nederland te halen.

Verder gaat het kabinet in op de informatievoorziening aan de Kamers gedurende het Brexitproces.

In een afzonderlijke brief gaat het kabinet in op het verslag van de rapporteurs uit de Tweede Kamer en het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken over de Brexit.

Meer info: