‘Nieuwe richtlijn milieustrafrecht model voor de toekomst’

Contentverzamelaar

‘Nieuwe richtlijn milieustrafrecht model voor de toekomst’
De lidstaten zijn het eens geworden over de nieuwe milieurichtlijn die voor het eerst expliciet strafrechtelijke verplichtingen in een EG-richtlijn omvat. Volgens het Sloveense voorzitterschap zal de richtlijn model staan voor toekomstige strafwetgeving in de eerste pijler. De richtlijn bevat een aantal delictsomschrijvingen, iets wat voorheen aan de nationale wetgever was voorbehouden.

De richtlijn (2007/0022) vloeit direct voort uit de rechtspraak van het Hof van Justitie. In het arrest C-176/03 (Commissie/ Raad) is door het Hof voor het eerst bepaald dat strafrechtelijke harmonisatie door middel van de eerste pijler (EG-verdrag) mogelijk is. Naast een juridisch baanbrekend arrest, betekende nietigverklaring van het toen geldige kaderbesluit ook dat het beleid voor de bescherming van het milieu een flinke deuk opliep. De nieuwe communautaire richtlijn moet hieraan een einde maken.

Voor de ‘delicten’ is er niet ver afgeweken van het oude kaderbesluit. Het feit dat deze nu in een richtlijn zijn opgenomen betekent vooral een groot juridisch verschil. Alle zaken die een richtlijn met zich meebrengt, zoals beslissing bij meerderheid, zijn nu ook van toepassing in strafrecht. Men kan wel spreken van een supranationale harmonisatie, die men in het strafrecht niet gewend is.

De redenen waarom voor strafrechtelijke handhaving is gekozen luiden als volgt:

- strafrechtelijke sancties zijn een signaal van maatschappelijke afkeuring van een andere orde dan administratieve sancties of een compensatieregeling naar burgerlijk recht.
- administratieve of andere financiële straffen niet altijd afschrikkend. In dergelijke gevallen kunnen gevangenisstraffen noodzakelijk zijn.
- de ter beschikking staande middelen zijn krachtiger dan het instrumentarium van het administratief of burgerlijk recht.

Enkele voorbeelden van feiten die in de gehele Unie na implementatie strafbaar moeten zijn (voorgesteld artikel 3 van richtlijn 2007/0022):

- het lozen, uitstoten of anderszins brengen van een hoeveelheid materie of ioniserende straling in de lucht, de grond of het water, waardoor de dood van of ernstig letsel aan personen dan wel aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren of planten wordt veroorzaakt dan wel dreigt te worden veroorzaakt;

- het doden, vernietigen, bezitten en vangen van specimens van beschermde in het wild levende dier- of plantensoorten, behalve in gevallen waarin de handeling een te verwaarlozen hoeveelheid specimens betreft, en een te verwaarlozen invloed heeft op de instandhouding van de desbetreffende soorten ;

- elke gedraging die aanzienlijke schade toebrengt aan een beschermde habitat;

De richtlijn zal nog formeel goedgekeurd moeten worden door de Raad voor de Europese Unie. Na inwerkingtreding hebben de lidstaten twee jaar de tijd op hun nationale strafrecht in overeenstemming met de richtlijn te brengen.