Contentverzamelaar

2014 productief jaar voor EU-rechters
Het EU-Hof, het EU-Gerecht en het EU-Ambtenarengerecht hebben vorig jaar 1685 zaken afgedaan. Dat is een stijging van de productiviteit met 36,9 % in vijf jaar. Het Hof kreeg minder nieuwe zaken en er zijn meer zaken afgedaan. De duur van de prejudiciële procedure is teruggebracht tot 15 maanden. De productiviteit van het Gerecht is met 50 % toegenomen. Dat blijkt uit de jaarcijfers van het Hof.

Globaal laten de gerechtelijke statistieken van het EU-Hof voor het jaar 2014 cijfers zien, die nog niet eerder zijn behaald. Het voorbije jaar is het meest productieve in de geschiedenis van het Hof.

Zo heeft het Hof 719 zaken afgedaan in 2014, hetgeen een stijging is ten opzichte van het vorige jaar (701 afgedane zaken in 2013), dat ook al een historisch record in het bestaan van het Hof was.

Bij het Hof zijn 622 nieuwe zaken aanhangig gemaakt, een daling van 11 %. Deze betrekkelijke verlaging betreft voornamelijk de hogere voorzieningen en prejudiciële verwijzingen. Wat die laatste betreft, waren dat er 428 in 2014.

Bij de prejudiciële verwijzingen was de duur van de procedures 15 maanden. Bij de rechtstreekse beroepen en de hogere voorzieningen was de gemiddelde behandelingsduur respectievelijk 20 maanden en 14,5 maanden, in beide gevallen een verlaging ten opzichte van 2013.

De prejudiciële spoedprocedure is in 4 zaken toegestaan. Deze zaken zijn afgedaan binnen een gemiddelde duur van 2,2 maanden, zoals in 2013.

Gerecht van de EU

Het EU-Gerecht heeft 814 zaken kunnen afdoen. Dat is een aanzienlijke stijging (16 %) vergeleken met het gemiddelde van de afgelopen drie jaar. Meer in het algemeen blijkt uit de analyse van dat driejaarlijks gemiddelde sinds 2008, dat de productiviteit met meer dan 50 % is toegenomen (van 479 in 2008 tot 735 in 2014).

Lees meer over de statistieken van het EU-Hof.