Beroep niet mogelijk in gevaarlijke stoffen-zaak

Contentverzamelaar

Beroep niet mogelijk in gevaarlijke stoffen-zaak
Nederland kan geen beroep instellen tegen een positieve Commissie-beschikking op een verzoek om ontheffing van de richtlijn gevaarlijke stoffen. Het argument dat de Commissie eigenlijk niet bevoegd was een beslissing op dat verzoek te nemen, heeft het Gerecht van eerste aanleg niet overtuigd.

Na de vaststelling van de harmonisatierichtlijn inzake kortketenige chloorparaffines verzocht Nederland de Commissie om toestemming om eigen strengere wetgeving te mogen handhaven. Artikel 95 van het EG-Verdrag voorziet in deze mogelijkheid. Eigenlijk vond Nederland dat die strengere wetgeving niet onder de richtlijn viel, maar met het oog op de korte implementatietermijn werd het verzoek gedaan "zekerheidshalve en voor zover rechtens vereist". De Commissie verleende vervolgens toestemming. Daartegen stelde Nederland beroep in.

Het Gerecht stelt nu vast dat een eventuele onbevoegdheid van de Commissie rechtstreeks voortvloeit uit de richtlijn zelf en niet uit een beslissing om wel of niet toestemming te verlenen voor de handhaving van afwijkende nationale regels. Die beslissing verandert in dat opzicht dus niets aan de rechtspositie van een lidstaat en heeft dus op dat punt geen rechtsgevolgen. En tegen een besluit zonder rechtsgevolgen kan geen beroep worden ingesteld. Daarom verklaarde het Gerecht Nederland niet-ontvankelijk.