Contentverzamelaar

Brexit: Schotse rechter vraagt EU-Hof om uitleg artikel 50 VEU
Op vrijdag 21 september heeft de hoogste civiele rechtbank van Schotland het EU-Hof gevraagd of het VK zijn kennisgeving van het voornemen om de EU te verlaten voor het verstrijken van de tweejaarstermijn eind maart 2019, eenzijdig kan intrekken. De Schotse rechter verzoekt het ook om de zaak met spoed te behandelen.

Dit blijkt uit de verwijzingsbeschikking gepubliceerd door het Schotse Court of session. Deze vindt u hier.

Update: op 5 oktober heeft het EU-Hof besloten de zaak met spoed te behandelen

Op 9 december 2017 hebben verschillende leden van de Schotse, Britse en Europese parlementen een verzoek bij de Schotse civiele rechtbank ingediend om antwoord te krijgen op de vraag of de kennisgeving van het VK van 29 maart 2017 om de EU te verlaten, eenzijdig door het VK kan worden ingetrokken. Deze vraag kan volgens hen alleen door het EU-Hof worden beantwoord en zij verzochten de rechter dan ook om de zaak naar het EU-Hof te verwijzen. Dit werd in eerste instantie op 8 juni 2018 afgewezen. In het antwoord op het beroep tegen dit besluit overweegt de rechter onder meer dat een antwoord op deze vraag geen inbreuk maakt op de parlementaire bevoegdheden omdat de uitkomst slechts een verklaring van de stand van het recht zal zijn, die geen verplicht handelen voor het parlement inhoudt.

De verwijzing is uitzonderlijk: Schotse rechters hebben het EU-Hof in de afgelopen 45 jaar slechts tien maal een vraag gesteld. De verwijzende rechter zou dan ook “teleurgesteld zijn als dit verzoek om assistentie van het EU-Hof zou worden afgewezen”. Ook hij meent dat alleen het EU-Hof kan beantwoorden of de kennisgeving onder artikel 50 VEU eenzijdig door een lidstaat kan worden ingetrokken. In het licht van de kennisgeving van het VK is het volgens de verwijzende rechter noodzakelijk deze vraag nu aan het EU-Hof te stellen. Hij wil bovendien weten indien een lidstaat op unilaterale wijze de kennisgeving kan intrekken onder welke voorwaarden dat kan en met welke gevolgen voor die lidstaat. Met het oog op de parlementaire stemming over het akkoord voorafgaand aan de terugtreding op 29 maart 2019, verzoekt het Hof om de zaak met spoed te behandelen.