Contentverzamelaar

Commissieverslag 2014 over EU-recht
Tegen Nederland werden in 2014 slechts dertien nieuwe inbreukzaken ingeleid: de beste score van de EU. EU-breed gaan de meeste inbreukzaken over milieu, vervoer, interne markt en diensten. Dat blijkt uit het jaarlijkse Commissieverslag over de controle op de toepassing van het EU-recht.

De interne markt blijft volgens de Commissie de grootste troef van Europa voor de burgers en de ondernemingen, die baat hebben bij de tijdige en correcte tenuitvoerlegging en handhaving van het Unierecht.

Het 32e jaarlijkse verslag over de controle op de toepassing van het EU-recht geeft een overzicht van de prestaties van de lidstaten voor cruciale aspecten van de toepassing van het EU-recht en schetst de belangrijkste ontwikkelingen van 2014 op het gebied van het handhavingsbeleid.

De Commissie leidt inbreukprocedures in wanneer een lidstaat geen oplossing biedt voor een vermeende schending van het EU-recht. Zij doet dit wanneer een lidstaat niet tegen een vastgestelde datum meedeelt met welke maatregelen een richtlijn in nationaal recht wordt omgezet. De Commissie kan ook een inbreukprocedure inleiden op basis van een eigen onderzoek of een klacht van individuele burgers of ondernemingen, wanneer de wetgeving van een land niet in overeenstemming is met de voorschriften van de EU-wetgeving of wanneer het EU-recht door de nationale autoriteiten niet of niet correct wordt toegepast.

Over het algemeen is het aantal formele inbreukprocedures in de afgelopen vijf jaar gedaald. Dit komt volgens de Commissie door het succes van de EU Pilot voordat een formele inbreukprocedure wordt ingeleid. Met deze EU Pilot wil de Commissie zorgen voor betere naleving in een vroeg stadium en een snelle oplossing van mogelijke inbreuken.

Net als in 2013 zijn ook in 2014 milieu, vervoer, interne markt en diensten de beleidsterreinen met het grootste aantal hangende inbreukprocedures.

CIE ontving meer klachten in 2014, maar startte minder nieuwe PILOT zaken. Dit is een trendbreuk sinds het begin van de PILOT. Nederland werden slechts 13 nieuwe inbreukzaken ingeleid: de beste score van de EU. Eind 2014 stonden tegen NL 33 zaken open, wat onder het EU-gemiddelde was.

NL is in 2014 ook keurig binnen 70 dagen benchmark voor beantwoording van PILOT-vragen gebleven. Met de oplossing van PILOT-geschillen ligt NL boven het EU-gemiddelde. Slechts negen lidstaten hebben een hogere score.

 

Extra aandacht voor te late implementatie

Als onderdeel van het initiatief voor betere regelgeving zal de Commissie zich richten op het waarborgen van heldere, werkbare en afdwingbare EU-regelgeving. Extra aandacht zal worden besteed aan de tenuitvoerlegging en de handhaving. De Commissie zet zich in om te voorkomen dat de richtlijnen te laat, dus na het verstrijken van de overeengekomen deadlines, door de lidstaten worden omgezet.

In 2014 is het aantal inbreukprocedures wegens te late omzetting ten opzichte van 2013 met 22 % gestegen.

De Commissie blijft de lidstaten bijstaan bij de tenuitvoerlegging van het Unierecht door een groot aanbod aan instrumenten ter beschikking te stellen, zoals uitvoeringsplannen, richtsnoeren, bijeenkomsten van deskundigengroepen en gespecialiseerde websites.

Wanneer een lidstaat er niet in slaagt een richtlijn tegen de gestelde datum om te zetten, maakt de Commissie nog steeds ten volle gebruik van het stelsel van financiële sancties dat bij het Verdrag van Lissabon werd ingevoerd. De Commissie heeft in 2014 vier zaken (tegen België, Ierland en Finland) voor het Hof van Justitie van de Europese Unie gebracht en financiële sancties gevorderd.

 

U kunt de stukken hier raadplegen: