Contentverzamelaar

Emissieplafonds staan niet in de weg aan vergunningen kolencentrales
Nederland heeft grote speelruimte bij het beperken van de uitstoot van verontreinigende stoffen. Een individuele milieuvergunning hoeft niet rechtstreeks te worden getoetst aan de emissieplafonds die in EU-verband zijn vastgesteld. Dat heeft het EU-Hof beslist in antwoord op vragen van de Raad van State over drie nieuwe kolencentrales in Nederland.

Het gaat om het arrest in de zaak C-165/09, Stichting natuur en milieu e.a.

Deze uitspraak is een volgende stap in een langlopende strijd tussen energiebedrijven enerzijds en milieubewegingen en verontruste burgers anderzijds over de komst van drie nieuwe kolencentrales in Nederland. Provincie Groningen verleende in 2007 een milieuvergunning voor een nieuwe kolencentrale in de Eemshaven. De Provincie Zuid-Holland deed hetzelfde in 2008 voor twee nieuwe kolencentrales op de Rotterdamse Maasvlakte. Deze vergunningen werden voor de Raad van State aangevochten door onder meer Stichting Natuur en Milieu, Greenpeace en enkele verontruste burgers. De Raad van State vroeg aan het EU-Hof (onder andere) of de provincies bij de verlening van een vergunning voor grote installaties zoals kolencentrales rekening moeten houden met de in EU-verband vastgestelde nationale emissieplafonds voor verontreinigende stoffen waaraan de lidstaten gebonden zijn op grond van de zogenoemde NEC-richtlijn (national emission ceilings)

Het Hof beslist dat een rechtstreekse toets van een aanvraag voor een milieuvergunning aan de nationale emissieplafonds niet verplicht is. De nationale emissieplafonds moeten worden gehaald door middel van een programma van maatregelen en beleidsopties. Een lidstaat heeft volgens het Hof veel speelruimte bij de invulling van dit programma.

Tot 2010 (het jaar waarin de emissieplafonds van kracht worden) moesten lidstaten twee dingen doen. Ze moesten enerzijds een maatregelenprogramma opstellen om de uitstoot terug te dringen tot het niveau van de plafonds. Anderzijds moesten lidstaten afzien van maatregelen die dit doel ernstig in gevaar kunnen brengen. Dit laatste betekent echter niet dat een milieuvergunning voor een kolencentrale geweigerd of beperkt moet worden. Het lijkt het Hof immers onwaarschijnlijk dat de afgifte van een milieuvergunning voor één bron als zodanig het resultaat van de NEC-richtlijn ernstig in gevaar kan brengen. Dit geldt ook indien de plafonds worden overschreden of dreigen te worden overschreden. Op dit punt neemt het Hof afstand van het advies van Advocaat-Generaal Kokott in deze zaak.

Tot slot oordeelt het Hof dat een particulier voor een rechter niet een specifieke maatregel als de weigering van een milieuvergunning kan afdwingen. Een particulier kan wel eisen dat een maatregelenprogramma wordt opgesteld, dat door een rechter kan worden getoetst op geschiktheid om de plafonds te halen.

Het is nu aan de Raad van State om met dit arrest in de hand te beslissen over de geldigheid van de afgegeven milieuvergunningen.