EU-Hof: eis over minimum aantal spelers in voetbalploeg van eigen bodem kan in strijd zijn met regels van mededinging en vrij verkeer

Contentverzamelaar

EU-Hof: eis over minimum aantal spelers in voetbalploeg van eigen bodem kan in strijd zijn met regels van mededinging en vrij verkeer

De zogenaamde home-grown (‘spelers van eigen bodem’) regeling van de UEFA en de Belgische voetbalbond is mogelijk in strijd met de mededingingsregels en de regels over het vrij verkeer van werknemers. Dat is de uitspraak van het EU-Hof naar aanleiding van vragen van de Belgische rechter.

Het gaat om het arrest van 21 december 2023 in zaak C-680/21 (Royal Antwerp Football Club).

Achtergrond
Een professionele speler en een Belgische voetbalclub (Royal Antwerp) betwisten bij een Belgische rechtbank de regels van de UEFA en de Belgische voetbalbond op grond waarvan een minimumaantal spelers ‘van eigen bodem’ in ploegen moet worden opgenomen. Volgens de regeling van de Belgische voetbalbond (URBSFA) moeten (Belgische) voetbalclubs ten minste 8 spelers inschrijven die tussen hun vijftiende en eenentwintigste jaar minstens drie jaar zijn opgeleid door hun club of een andere club uit de nationale competitie. Van de UEFA (Union of European Football Associations) moeten een minimum aantal van 4 spelers door de betrokken club zelf zijn opgeleid. In beide gevallen definiëren deze regels 'spelers van eigen bodem' als spelers die op nationaal niveau zijn opgeleid, hoewel de regels van de UEFA ook verwijzen naar spelers die binnen een bepaalde club zijn opgeleid.

De Belgische rechtbank besluit het EU-Hof vragen te stellen over deze kwestie.

EU-Hof
Het EU-Hof is van mening dat de home-grown-eis zowel in strijd kan zijn met de mededingingsregels als met het vrije verkeer van werknemers. De nationale rechtbank die de zaak behandelt, zal volgens het EU-Hof echter moeten nagaan of dit al dan niet het geval is en toetsen of de regels gerechtvaardigd en evenredig zijn aan het doel dat er mee zou worden gediend.

In dit arrest bevestigt het EU-Hof in de eerste plaats dat de regels van de UEFA en de URBSFA onder het EU-recht vallen, aangezien ze betrekking hebben op de uitoefening van een economische en beroepsactiviteit. Zij moeten dus de mededingingsregels en de vrijheden van verkeer eerbiedigen.

Wat de mededingingsregels betreft, stelt het HEU-of vervolgens vast dat de regels inzake in eigen land opgeleide spelers ertoe kunnen strekken of tot gevolg kunnen hebben dat de mogelijkheid van clubs om met elkaar te concurreren door de aanwerving van getalenteerde spelers, ongeacht waar zij zijn opgeleid, wordt beperkt. Hoogwaardig voetbal is volgens het EU-Hof een sector waarin talent en verdienste een essentiële rol spelen. Het staat echter aan de verwijzende rechter om na te gaan of deze regels de mededinging beperken als gevolg van hun eigenlijke doel of als gevolg van hun daadwerkelijke of potentiële gevolgen. Als dat het geval blijkt te zijn, blijft het voor de UEFA en de URBSFA niettemin mogelijk om aan te tonen dat deze regels gerechtvaardigd kunnen zijn onder de voorwaarden die het EU-Hof in zijn arrest in herinnering heeft gebracht.

Wat het vrije verkeer van werknemers betreft, oordeelt het EU-Hof dat de betrokken regels kunnen leiden tot indirecte discriminatie, op grond van nationaliteit, van spelers uit andere lidstaten. Ook hier kunnen de UEFA en de URBSFA volgens het EU-Hof echter aantonen dat deze regels niettemin aanwerving en opleiding aanmoedigen en dat zij evenredig zijn aan dat doel.

Meer informatie:
Persbericht Curia
ECER-dossier: Mededinging
ECER-dossier: Werknemers (vrij verkeer)
ECER-bericht: AG: uitbreiding van het begrip lokaal opgeleide speler tot spelers buiten een bepaalde voetbalclub maar binnen de betrokken nationale competitie is niet verenigbaar met vrij verkeer (16 maart 2023)