EU-Hof: Handvest van de Grondrechten altijd van toepassing wanneer een nationale regeling binnen het toepassingsgebied van het EU-recht valt
Moet het Handvest van de grondrechten alleen worden toegepast als de lidstaten het EU-recht implementeren, of is het ook al van toepassing wanneer een nationale regeling binnen de werkingssfeer van het EU-recht valt? Het EU-Hof heeft nu bepaald dat de ruime uitleg de juiste is. In alle gevallen waarin het Unierecht geldt, moeten de Handvest-grondrechten van toepassing zijn. Het ECER organiseert op korte termijn een bijeenkomst over dit arrest.

Het EU-Hof gaf deze verduidelijking in de Zweedse zaak Åkerberg over de toepasselijkheid van het zgn. ne-bis-in-idem-beginsel. Dit beginsel staat volgens het EU-Hof niet eraan in de weg dat een lidstaat voor dezelfde feiten, te weten belastingfraude, achtereenvolgens een fiscale sanctie en een strafrechtelijke sanctie oplegt voor zover de eerste sanctie geen strafrechtelijke sanctie is. De strafrechtelijke sanctie wordt in dit geval niet voorgeschreven door de BTW-richtlijn, maar is een nationale sanctie.

In zijn arrest wijst het EU-Hof allereerst op dat het Handvest bepaalt dat het tot de lidstaten is gericht, uitsluitend wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen. Het Handvest bevestigt dus de rechtspraak van het Hof dat de door het Handvest gewaarborgde grondrechten moeten worden geëerbiedigd wanneer een nationale regeling binnen het toepassingsgebied van het Unierecht valt, zodat er geen gevallen kunnen zijn waarin het Unierecht geldt zonder dat die grondrechten toepassing vinden. Wanneer het Unierecht toepasselijk is, impliceert dit dat de door het Handvest gewaarborgde grondrechten toepassing vinden. Het Hof zet uiteen dat met belastingboetes en strafvervolging wegens belastingfraude wegens verstrekking van onjuiste inlichtingen op btw-gebied, uitvoering wordt gegeven aan diverse bepalingen van het Unierecht betreffende de btw en de bescherming van de financiële belangen van de Unie. Daarom zijn het Handvest en dus het daarin opgenomen ne-bis-in-idembeginsel van toepassing op de situatie van Åkerberg Fransson en kunnen zij door het Hof worden uitgelegd.

Een nationale autoriteit of rechterlijke instantie die moet onderzoeken of een nationale bepaling of maatregel waarmee – in een situatie waarin het optreden van de lidstaten niet volledig door het Unierecht wordt bepaald – het Unierecht ten uitvoer wordt gebracht, de grondrechten eerbiedigt, kan daarbij nog steeds nationale maatstaven voor de bescherming van de grondrechten toepassen. Voorwaarde is wel dat deze toepassing niet afdoet aan het door het Handvest geboden beschermingsniveau, zoals door het Hof uitgelegd, noch aan de voorrang, eenheid en doeltreffendheid van het Unierecht.

Zie hier het persbericht van het EU-Hof.

Lees hier het volledige arrest.