EU-Hof oordeelt dat de zeggenschap over een onderneming door een persoon die onderworpen is aan EU-sancties moet worden aangetoond met objectief en voldoende solide bewijs

Contentverzamelaar

EU-Hof oordeelt dat de zeggenschap over een onderneming door een persoon die onderworpen is aan EU-sancties moet worden aangetoond met objectief en voldoende solide bewijs

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 3 september 2026 in de zaak C-147/25 Inter Rao Lietuva

Het bedrijf Inter Rao Lietuva is actief in Litouwen en werd in 2022 door de Litouwse autoriteiten op een sanctielijst opgenomen vanwege banden met personen die onderworpen zijn aan EU-sancties, namelijk de president van Rusland (hierna: de nationale maatregel). De Litouwse verwijzende rechter wil onder meer van het EU-Hof weten aan welke bewijsstandaard moet worden voldaan om die banden aan te kunnen tonen.  Het EU-Hof oordeelt dat nationale rechters in het kader van de toetsing van de rechtmatigheid van de nationale maatregel moeten toetsen of de maatregel op een voldoende solide feitelijke grondslag berust. Bovendien moeten die rechters, wanneer de nationale maatregel is gebaseerd op het bestaan van zeggenschap over een onderneming door een persoon op wie EU-sancties van toepassing zijn, zich ervan vergewissen dat de bevoegde nationale autoriteit die zeggenschap op objectieve en voldoende solide gronden heeft aangetoond, hetzij door middel van rechtstreeks bewijs, hetzij door middel van een voldoende specifiek, nauwkeurig en samenhangend geheel van aanwijzingen. Het autocratische karakter van het Russische politieke regime vormt op zichzelf geen voldoende solide bewijs om aan te tonen dat de president van Rusland zeggenschap uitoefent over een bedrijf. Voor meer informatie over het arrest verwijzen wij u graag door naar het Persbericht van Curia