EU-Hof oordeelt dat een terugkeerbesluit dat is gebaseerd op gerubriceerde informatie en dat wordt uitgevaardigd tegen een onderdaan van een derde land die een kind opvoedt dat Unieburger is, geschikt moet zijn om het onderwerp te vormen van een effectief rechtsmiddel

Contentverzamelaar

EU-Hof oordeelt dat een terugkeerbesluit dat is gebaseerd op gerubriceerde informatie en dat wordt uitgevaardigd tegen een onderdaan van een derde land die een kind opvoedt dat Unieburger is, geschikt moet zijn om het onderwerp te vormen van een effectief rechtsmiddel

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 16 juli 2026 in de zaak C-26/25 Bukla.

PQ, een onderdaan van een derde land, is in 2005 legaal Hongarije binnengekomen en verblijft daar met zijn Hongaarse partner en hun twee kinderen die ook de Hongaarse nationaliteit hebben en daarmee EU-burger zijn. De Hongaarse dienst voor de bescherming van de grondwet oordeelde in een niet -gemotiveerd advies dat zijn aanwezigheid op het Hongaars grondgebied een bedreiging vormde voor de nationale veiligheid. Het advies was gebaseerd op gerubriceerde informatie. De bevoegde autoriteiten, die op grond van Hongaars recht gebonden waren aan het advies, weigerde de aanvraag van PQ voor een verblijfsvergunning en hebben een terugkeerbesluit tegen hem uitgevaardigd. Zowel de bevoegde autoriteiten als PQ hadden geen toegang tot de gerubriceerde informatie. Het EU-Hof oordeelt dat het Unierecht zich verzet tegen deze regeling van Hongarije. De bevoegde autoriteiten moeten bij de vaststelling van een terugkeerbesluit de relevante individuele omstandigheden en de proportionaliteit van hun besluit  zorgvuldig kunnen onderzoeken. De rechter moet in het kader van de toetsing van de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit de motivering van de bevoegde autoriteiten en het bewijsmateriaal waarop die motivering berust kunnen toetsen. Voor meer informatie over het arrest verwijzen wij u graag door naar het Persbericht van Curia