Op deze pagina:
Iedereen die de nationaliteit van een EU-lidstaat heeft, is daarmee ook EU-burger (artikel 20, lid 1, EU-Werkingsverdrag). Het EU-burgerschap is een aanvulling op het nationale burgerschap (géén vervanging daarvan). Het is de bevoegdheid van iedere lidstaat om te bepalen onder welke voorwaarden iemand de nationaliteit van dat land kan verkrijgen of verliezen. De verkrijging en het verlies van de Nederlandse nationaliteit is geregeld in de Rijkswet op het Nederlanderschap (zie voor meer informatie deze website van de Rijksoverheid).
Het EU-Hof heeft wel geoordeeld dat lidstaten bij de uitoefening van hun bevoegdheid inzake nationaliteit het EU-recht moeten eerbiedigen. Zo blijkt uit de zaak C-135/08, Rottmann dat bij besluiten die kunnen leiden tot het verlies van nationaliteit van een EU-lidstaat via toepassing van een evenredigheidstoets rekening dient te worden gehouden met het bezit van het Europese burgerschap en de daaraan verbonden rechten.
Artikel 20, lid 2, van het EU-Werkingsverdrag somt de belangrijkste rechten van EU-burgers op. Deze rechten worden verder uitgewerkt in de artikelen 21 tot en met 24 van het EU-Werkingsverdrag en zijn eveneens opgenomen in een aparte titel van het EU-Handvest van de grondrechten. Op deze ECER-themapagina wordt nader ingegaan op deze burgerschapsrechten. Naast deze rechten kan een burger van de Europese Unie zich ook nog beroepen op een aantal andere rechten. Die rechten worden eveneens hieronder behandeld.
Op grond van artikel 21 van het EU-Werkingsverdrag hebben EU-burgers het recht om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven. Het recht van vrij verkeer en verblijf is één van de belangrijkste, aan het burgerschap van de Unie, verbonden rechten.
Naar boven
Op grond van artikel 22 van het EU-Werkingsverdrag bezitten EU-burgers het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen en de verkiezingen voor het Europees Parlement in de lidstaat waar zij verblijven, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat. Deze rechten zijn tevens opgenomen in de artikelen 39 en 40 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.
Het recht om te stemmen en zich verkiesbaar te stellen voor de gemeenteraadsverkiezingen is uitgewerkt in Richtlijn 94/80/EG. De wijze waarop burgers van de Unie die in een lidstaat verblijven waarvan zij geen onderdaan zijn, hun actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement kunnen uitoefenen, is nader geregeld in Richtlijn 93/109/EG. Die richtlijn wordt per 30 september 2027 ingetrokken en vervangen door Richtlijn (EU) 2025/1788.
In de zaak C-650/13 (Delvigne) oordeelde het EU-Hof dat het verlies van het kiesrecht om te stemmen voor het Europees Parlement vanwege een strafrechtelijke veroordeling niet in strijd is met artikel 39, lid 2 van het EU Handvest. Het EU-Hof overwoog dat hoewel deze Franse strafrechtelijke bepaling in principe een inbreuk maakt op het kiesrecht van EU burgers, dat deze inbreuk, in die specifieke omstandigheden, gerechtvaardigd was.
Op grond van artikel 23 van het EU-Werkingsverdrag hebben EU-burgers, die reizen naar of wonen in een derde land waar de lidstaat waarvan zij de nationaliteit bezitten geen ambassade of consulaat heeft, het recht op consulaire bescherming door de consulaire instanties van elke andere lidstaat. Die lidstaat moet deze niet-vertegenwoordigde EU-burgers bijstaan onder dezelfde voorwaarden als eigen onderdanen.
Het tweede lid van artikel 23 van het EU-Werkingsverdrag voorziet in de mogelijkheid om richtlijnen aan te nemen tot vaststelling van coördinatiemaatregelen ter vergemakkelijking van consulaire bescherming voor niet-vertegenwoordigde EU-burgers. Dit recht is nader uitgewerkt in Richtlijn (EU) 2015/637. Op 6 december 2023 presenteerde de Europese Commissie een voorstel om richtlijn 2015/637 te wijzigen.
Op basis van artikel 24, lid 2 en artikel 227 van het EU-Werkingsverdrag hebben EU-burgers het recht om, individueel of samen met andere burgers, een verzoekschrift in te dienen bij het Europees Parlement (het petitierecht). De petitie dient betrekking te hebben op een onderwerp dat tot de werkterreinen van de EU behoort en dat de burger rechtstreeks aangaat.
Artikel 24, lid 3, van het EU-Werkingsverdrag bepaalt dat iedere EU-burger zich kan wenden tot de Europese Ombudsman. De procedure is vastgelegd in artikel 228 EU-Werkingsverdrag. De Europese Ombudsman wordt voor een periode van vijf jaar gekozen door het Europees Parlement en onderzoekt klachten over wanbeheer in de instellingen en organen van de Europese Unie. Zie voor meer informatie de ECER-pagina over de Europese Ombudsman.
Artikel 24, lid 4, van het EU-Werkingsverdrag geeft EU-burgers het recht om zich in een van de talen van lidstaten te richten tot de instellingen en de organen van de Unie en in die taal antwoord te krijgen. Burgers kunnen contact opnemen met één van de EU-instellingen via de website van Europe Direct.
Op grond van artikel 15, lid 3, van het EU-Werkingsverdrag hebben EU-burgers het recht op toegang tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, binnen bepaalde voorwaarden. Sinds 3 december 2001 is Verordening (EG) 1049/2001 (ook wel de 'Eurowob' genoemd) van toepassing. Daarnaast gelden nog andere Europese regels over openbaarheid van informatie, vastgelegd in richtlijnen, verordeningen en besluiten. Zie voor meer informatie over de openbaarheid van EU-documenten de ECER-pagina over openbaarheid en de handreiking Eurowob.
De organisatie van een Europees burgerinitiatief (EBI) is een recht dat is vastgelegd in artikel 11, lid 4, van het EU-Verdrag. Dit instrument heeft tot doel om de deelname van burgers aan het democratisch bestel van de Europese Unie te versterken door hun de mogelijkheid te bieden de Commissie rechtstreeks te verzoeken een voorstel voor rechtshandelingen van de Unie in te dienen met het oog op de tenuitvoerlegging van de EU-Verdragen. Een burgerinitiatief moet wel een onderwerp betreffen waarvoor de Commissie bevoegd is een voorstel in te dienen. Overeenkomstig artikel 24, eerste alinea, van het EU-Werkingsverdrag zijn bij Verordening (EU) nr. 211/2011 de bepalingen vastgesteld voor de procedures en voorwaarden voor het EBI-instrument. Die verordening is in april 2012 van toepassing geworden. Het rechtskader voor het EBI is aangevuld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1179/2011 van de Commissie. Die uitvoeringsverordening bevat technische specificaties voor systemen voor het online verzamelen van steunbetuigingen.
Naast de uitoefening van bovengenoemde rechten, kunnen EU-burgers ook een beroep doen op het discriminatieverbod op grond van nationaliteit zoals neergelegd in artikel 18 van het EU-Werkingsverdrag. Dit verbod werkt rechtstreeks door in de lidstaten: er kan voor de rechter een beroep op worden gedaan om te eisen dat nationale regelgeving die daarmee in strijd is buiten toepassing wordt gelaten.
Artikel 18 van het EU-Werkingsverdrag is niet de enige bepaling uit het EU-Werkingsverdrag die discriminatie op grond van nationaliteit verbiedt. Ook de economische vrijheden (het vrije vestigingsverkeer, het vrije dienstenverkeer en het vrij verkeer van werknemers) behelzen een verbod van discriminatie op grond van nationaliteit. Wanneer de regulering van een economische vrijheid in het geding is, vormt dit discriminatieverbod, zoals uitgelegd door het Hof van Justitie, het toetsingskader. Op artikel 18 van het EU-Werkingsverdrag kan pas een beroep worden gedaan, indien de specifieke discriminatieverboden gekoppeld aan de EU-verdragsvrijheden (vrij verkeer van diensten , vestiging en werknemers) niet van toepassing zijn. In beginsel is artikel 18 EU-Werkingsverdrag dus niet van toepassing op nationaal beleid en regelgeving dat exclusief betrekking heeft op de regulering van economische activiteiten. Op dergelijk beleid en regelgeving blijven de EU-verdragsvrijheden onverkort van toepassing.
04-06-2026
16-03-2026
Artikel 21 van het EU-Werkingsverdrag en artikel 4, lid 3, van de Burgerschapsrichtlijn, gelezen in het licht van het grondrecht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven (artikel 7 van het ...