Burgerschapsrechten

Burgerschapsrechten

Artikel 20 lid 2 EU-Werkingsverdrag somt de belangrijkste rechten van de burgers van de Unie op. Deze rechten worden verder uitgewerkt in de artikelen 21 tot en met 24 EU-Werkingsverdrag en zijn eveneens opgenomen in een aparte titel van het EU-Handvest. In dit dossier wordt nader ingegaan op deze burgerschapsrechten.

Op deze pagina:

Recht van vrij verkeer en verblijf

Op grond van artikel 21 EU-Werkingsverdrag hebben EU-burgers het recht om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven. Het recht van vrij verkeer en verblijf is één van de belangrijkste, aan het burgerschap van de Unie, verbonden rechten. U leest meer over het reis- en verblijfsrecht in het subdossier Reis- en verblijfsrechten

Actief en Passief kiesrecht

Op basis van artikel 22 EU-Werkingsverdrag bezitten EU-burgers het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen en de verkiezingen voor het Europees Parlement in de lidstaat waar zij verblijven, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat. Deze rechten zijn tevens opgenomen in de artikelen 39 en 40 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.

Het recht om te stemmen en zich verkiesbaar te stellen voor de gemeenteraadsverkiezingen is uitgewerkt in Richtlijn 94/80/EG van de Raad van 19 december 1994 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een Lid-Staat waarvan zij de nationaliteit niet bezitten.

De wijze waarop burgers van de Unie die in een lidstaat verblijven waarvan zij geen onderdaan zijn, hun actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement kunnen uitoefenen, is nader geregeld in Richtlijn 93/109/EG van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een Lid-Staat waarvan zij geen onderdaan zijn.

In de zaak  C-650/13, Delvigne (zie ook het ECER-bericht hierover) oordeelde het EU-Hof dat het verlies van het kiesrecht om te stemmen voor het Europees Parlement vanwege een strafrechtelijke veroordeling niet in strijd is met artikel 39, lid 2 van het EU Handvest. Het EU-Hof overwoog dat hoewel deze Franse strafrechtelijke bepaling in principe een inbreuk maakt op het kiesrecht van EU burgers, dat deze inbreuk, in die specifieke omstandigheden, gerechtvaardigd was.

Relevante documenten:

Consulaire en diplomatieke bescherming

Op grond van artikel 23 EU-Werkingsverdrag hebben EU-burgers, die reizen naar of wonen in een derde land waar de lidstaat waarvan zij de nationaliteit bezitten geen ambassade of consulaat heeft, het recht op consulaire bescherming door de consulaire instanties van elke andere lidstaat. Die lidstaat moet deze niet-vertegenwoordigde EU-burgers bijstaan onder dezelfde voorwaarden als eigen onderdanen.

Het tweede lid van artikel 23 EU-Werkingsverdrag voorziet in de mogelijkheid om richtlijnen aan te nemen tot vaststelling van coördinatiemaatregelen ter vergemakkelijking van consulaire bescherming voor niet-vertegenwoordigde EU-burgers. Dit recht is nader uitgewerkt in richtlijn 2015/637 van de Raad (zie ook BNC fiche). Deze richtlijn vervangt  Besluit 95/553.

De Commissie heeft een speciale website over consulaire bescherming opgezet, waar EU-burgers nuttige informatie kunnen vinden, zoals bijvoorbeeld de contactgegevens van de EU-landen consulaten/ambassades in landen buiten de EU.

Relevante documenten:

Gerelateerde ECER-berichten:

Recht van petitie

Op basis van artikel 24 lid 2 en artikel 227 EU-Werkingsverdrag hebben EU-burgers het recht om, individueel of samen met andere burgers, een verzoekschrift in te dienen bij het Europees Parlement (het petitierecht). De petitie dient betrekking te hebben op een onderwerp dat tot de werkterreinen van de EU behoort en dat de burger rechtstreeks aangaat.

Zie voor meer informatie de website van het Europees Parlement

Europese ombudsman

Artikel 24 lid 3 EU-Werkingsverdrag bepaalt dat iedere EU-burger zich kan wenden tot de Europese Ombudsman. De procedure is vastgelegd in artikel 228 EU-Werkingsverdrag. De Europese Ombudsman wordt voor een periode van vijf jaar gekozen door het Europees Parlement en onderzoekt klachten over wanbeheer in de instellingen en organen van de Europese Unie.

Zie voor meer informatie de ECER-pagina over de Europese Ombudsman.

Contact opnemen met de EU-instellingen

Artikel 24 lid 4 EU-Werkingsverdrag geeft EU-burgers het recht om zich in een van de talen van lidstaten te richten tot de instellingen en de organen van de Unie en in die taal antwoord te krijgen. Burgers kunnen contact opnemen met een van de EU-instellingen via de website van Europe Direct.