EU-Hof oordeelt dat Hongarije het Unierecht, waaronder de Uniewaarden, heeft geschonden met de aanname van een wet die LHBTIQ+-personen stigmatiseert en marginaliseert

Contentverzamelaar

EU-Hof oordeelt dat Hongarije het Unierecht, waaronder de Uniewaarden, heeft geschonden met de aanname van een wet die LHBTIQ+-personen stigmatiseert en marginaliseert

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 21 april 2026 in de zaak C-769/22, Commissie tegen Hongarije

Het voltallige EU-Hof heeft de Europese Commissie volledig in het gelijk gesteld in de inbreukzaak tegen Hongarije vanwege de wet die kortgezegd “LHBTIQ+-uitingen” verbiedt. Het EU-Hof stelt voor het eerst in de geschiedenis vast dat een lidstaat artikel 2 van het EU-Verdrag heeft geschonden, waarin de waarden van de Unie zijn neergelegd (zie deze ECER-themapagina over de waarden van de Unie). Voldoen aan de waarden van artikel 2 van het EU-Verdrag is een juridisch bindende voorwaarde voor toetreding van een land tot de EU en vormt onderdeel van de Kopenhagencriteria. Het EU-Hof oordeelt daarnaast dat Hongarije diverse interne marktregels, de Algemene Verordening Gegevensbescherming en grondrechten uit het EU-Handvest heeft geschonden.  

Voor meer informatie over het arrest verwijzen wij u graag door naar het Persbericht van Curia