Geen opbouw verblijfsrecht in de gevangenis

Contentverzamelaar

Geen opbouw verblijfsrecht in de gevangenis
Tijd die wordt doorgebracht in de gevangenis telt niet mee om de minimumverblijfsduur van een EU-burger of zijn familielid in een lidstaat te berekenen. Een gevangenisstraf kan de integratie met de ontvangende lidstaat verbreken, zodat de verblijfsperiode onderbroken wordt. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op vragen van een Britse rechter.

Het gaat om de arresten van het EU-Hof van 16 januari 2014 in de zaak C‑378/12, Onuekwere, en de zaak C‑400/12, M.G., beiden tegen Secretary of State for the Home Department.

Onuekwere is een familielid van een Unieburger. Hij wil erkenning van het Verenigd Koninkrijk dat hij een duurzaam verblijfsrecht heeft. Hiervoor dient hij op grond van richtlijn 2004/38 vijf jaar onafgebroken bij zijn EU-burger te hebben verbleven. De vraag is echter of de tijd die hij in de gevangenis heeft doorgebracht moet worden meegerekend. Het Hof vindt van niet.

De oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf door de nationale rechter toont volgens het Hof aan dat de betrokkene de door de samenleving van het gastland in diens strafrecht tot uiting gebrachte waarden niet eerbiedigt, zodat de inaanmerkingneming van in de gevangenis doorgebrachte perioden klaarblijkelijk zou indruisen tegen het doel dat door deze richtlijn met de instelling van dat verblijfsrecht wordt nagestreefd.

Het Hof bepaalt daarom dat een gevangenisstraf een periode van onafgebroken verblijf doorbreekt.

Dat geldt ook voor de situatie van M.G. Zij is een Portugese burger die al lange tijd in het Verenigd Koninkrijk verblijft. Deze lidstaat wil haar uitzetten naar Portugal wegens een veroordeling voor mishandeling. Het is de vraag of zij kan rekenen op de verhoogde bescherming tegen uitzetting die op grond van artikel 28, lid 3 van de richtlijn geboden wordt aan mensen die langer dan tien jaar verblijven in de gastlidstaat.

Het Hof bepaalt dat de periode van tien jaar berekend moet worden door terug te rekenen vanaf het moment van het besluit van uitzetting. Hierbij wordt een gevangenisstraf niet meegerekend en wordt een verblijfsperiode in beginsel onderbroken door gevangenisstraf. Of mensen in haar situatie hierdoor geen aanspraak maken op de verhoogde bescherming dient per geval bekeken te worden.