Contentverzamelaar

Grensarbeiders met kleine jobs in Duitsland niet onbeschermd
Wie maar een paar uur per week werkt in een andere lidstaat valt onder de socialezekerheidsregels van die werkstaat. Dit geldt zelfs wanneer hij daar vanwege de geringe omvang van de werkzaamheden niet verzekerd is. Maar Nederland mag onder voorwaarden toch kinderbijslag en AOW geven. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op vragen van de Centrale Raad van Beroep.

Het gaat om het arrest van EU-Hof van 23 april 2015 in zaak C-382/13, Franzen

Valt een persoon die in lidstaat A woont maar enkele uren per week in lidstaat B werkt, onder de socialezekerheidswetgeving in de woonstaat A of in de werkstaat B?

Deze vraag rees in een geding dat aanhangig is bij de Nederlandse Centrale Raad van Beroep. De zaak ging om een aantal Nederlanders die enkele uren per week in Duitsland werkten (in dienstverband, bv. als kapper of  als verkoper in een kledingwinkel op basis van oproepcontracten).

In Duitsland geven deze activiteiten geen recht op kinderbijslag of ouderdomspensioen.

Kinderbijslag of ouderdomspensioen werd evenmin verkregen in Nederland, op grond van de regel dat de werkstaat (Duitsland) hiervoor verantwoordelijk is.

De Centrale Raad van Beroep heeft het Hof hierover vragen gesteld.

In zijn arrest bevestigt het Hof dat volgens artikel 13, lid 2, van verordening 1408/71, een werknemer die enkele dagen per week op het grondgebied van een andere lidstaat werkt, onderworpen is aan de regels van de werkstaat.

De Centrale Raad van Beroep had rekening gehouden met dit antwoord. Daarom had hij een tweede vraag gesteld over de toepassing van de hardheidsclausule in de Nederlandse socialezekerheidswetgeving. Wanneer de normale toepassing van de Nederlandse regels niet tot verzekering leidt, kan in uitzonderingsgevallen toch tot verzekering worden besloten.

Daarover zegt het EU-Hof dat in bijzondere omstandigheden, waarin de toepassing van de wetgeving van de werkstaat niet leidt tot aansluiting bij het socialezekerheidsstelsel van de werkstaat voor de kinderbijslag en het ouderdomspensioen, het EU-recht zich er niet tegen verzet dat de migrerende werknemer recht heeft op kinderbijslag en ouderdomspensioen in de woonstaat. Wel moet voldaan zijn aan de materiƫle voorwaarden van de woonstaat voor de toekenning van dergelijke prestaties volgens het recht van de woonstaat en mag er geen sprake zijn van ongerechtvaardigde opeenstapeling van uitkeringen.