Inbreukprocedure tegen Polen wegens pensionering en ontslag rechterlijke macht

Contentverzamelaar

Inbreukprocedure tegen Polen wegens pensionering en ontslag rechterlijke macht
Naar aanleiding van de publicatie van de wet inzake de gewone rechtbanken in het Poolse staatsblad heeft de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Polen ingeleid. Polen heeft een laatste waarschuwing gekregen voordat de Commissie naar het EU-Hof stapt.

De Europese Commissie heeft besloten om Polen een met redenen omkleed advies te sturen over de Poolse wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken. Polen krijgt nog een maand om de omstreden wet in te trekken, anders legt de Commissie de zaak voor aan het EU-Hof.

De Commissie heeft Polen in juli van dit jaar een aanmaningsbrief gestuurd over de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken en heeft het antwoord van de Poolse autoriteiten grondig geanalyseerd.

Het belangrijkste juridische bezwaar van de Commissie tegen de op 28 juli 2017 gepubliceerde wet inzake de gewone rechtbanken heeft betrekking op de discriminatie op basis van geslacht die voortvloeit uit de invoering van een verschillende pensioenleeftijd voor vrouwelijke rechters (60 jaar) en mannelijke rechters (65 jaar). Dit is in strijd met artikel 157 EU-Werkingsverdrag en Richtlijn 2006/54 inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep. In de aanmaningsbrief zegt de Commissie ook te vrezen dat de onafhankelijkheid van de Poolse rechtbanken wordt ondermijnd omdat de minister van Justitie de discretionaire bevoegdheid krijgt om het mandaat van rechters die de pensioenleeftijd hebben bereikt, te verlengen en om de voorzitters van rechtbanken te ontslaan of aan te stellen (zie artikel 19, lid 1, EU-Verdrag), in combinatie met artikel 47 van het EU-Handvest van de grondrechten). De nieuwe regels geven de minister van Justitie de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op individuele gewone rechters, met name omdat de criteria voor de verlenging van hun mandaat vaag zijn. Dit ondermijnt het beginsel dat rechters niet uit hun functie kunnen worden ontheven. De wet verlaagt de pensioenleeftijd van rechters, maar geeft de minister van Justitie de mogelijkheid om hun mandaat te verlengen tot tien jaar voor vrouwelijke rechters en tot vijf jaar voor mannelijke rechters. Er is ook geen termijn vastgesteld waarbinnen de minister van Justitie een besluit over de verlenging van het mandaat moet nemen, waardoor hij invloed kan blijven uitoefenen over de betrokken rechters gedurende de resterende termijn van hun mandaat.

(update 13 september 2017)

Meer info: