Inbreukprocedures tegen Cyprus en Malta vanwege de toekenning van ‘gouden paspoorten’

Contentverzamelaar

Terug Inbreukprocedures tegen Cyprus en Malta vanwege de toekenning van ‘gouden paspoorten’

De Europese Commissie is van mening dat de toekenning door Cyprus en Malta van hun staatsburgerschap in ruil voor een vooraf bepaalde betaling of investering onverenigbaar is met het EU-recht. Aangezien het nationale burgerschap gekoppeld is aan het EU-burgerschap ondermijnen dergelijke praktijken de integriteit van het EU-burgerschap.

De betreffende nationale regelingen in Malta en Cyprus leiden er volgens de Commissie toe dat personen de nationaliteit van die landen kunnen verkrijgen op basis van louter een betaling of een investering (de zogenoemde ‘gouden paspoorten’). Het algemene uitgangspunt is dat de voorwaarden voor het verkrijgen en verbeuren van het nationale burgerschap worden geregeld door het nationale recht van elke lidstaat, maar wel met inachtneming van het EU-recht. Aangezien de nationaliteit van een lidstaat de enige voorwaarde is voor het verkrijgen van het EU-burgerschap ( artikel 20, lid 1, tweede volzin, EU-Werkingsverdrag ) en daarmee de toegang tot de door de EU-Verdragen toegekende rechten houdt de Commissie nauwlettend toezicht op nationale regelingen die de nationaliteit van de lidstaten toekennen.

De Commissie is van mening dat de toekenning door Cyprus en Malta van hun nationaliteit – en dus van het EU-burgerschap – aan personen, louter in ruil voor een vooraf bepaalde betaling of investering en zonder daarbij een echte band met de betrokken lidstaat te hebben, in strijd is met het EU-recht. Dergelijke nationale regelingen zijn volgens de Commissie namelijk onverenigbaar met het beginsel van loyale samenwerking ( artikel 4, lid 3, EU-Verdrag ). Tevens ondermijnen zulke regelingen de integriteit van het EU-burgerschap in de zin van artikel 20 EU-Werkingsverdrag .

De Commissie heeft op 20 oktober 2020 aanmaningsbrieven gestuurd naar de autoriteiten van Cyprus en Malta. Beide landen hebben twee maanden de tijd om te reageren op de aanmaningsbrief. Indien de antwoorden van de landen niet bevredigend zijn kan de Commissie besluiten de inbreukprocedure voort te zetten en een met redenen omkleed advies uitbrengen.

Naast de aanmaningsbrieven aan Cyprus en Malta heeft de Commissie ook opnieuw een brief gestuurd naar Bulgarije. De Commissie uit haar bezorgdheid over een Bulgaarse regeling waarbij de nationaliteit ook wordt toegekend in ruil voor een investering. In dit verband heeft de Commissie om nadere informatie over de regeling verzocht. De Bulgaarse regering heeft een maand de tijd om te antwoorden op de brief met het verzoek om nadere informatie.

Meer informatie: