Nationaal toewijzingsbesluit broeikasgasemissierechten blijft in stand

Contentverzamelaar

Nationaal toewijzingsbesluit broeikasgasemissierechten blijft in stand
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft terecht broeikasgasemissierechten toegewezen op basis van een ongeldige correctiefactor omdat het EU-Hof heeft bepaald dat die correctiefactor tijdelijk mocht worden toegepast. Dat heeft de Raad van State bepaald in het beroep dat enkele ondernemingen hadden ingesteld.

Het gaat om de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 31 augustus 2016, Dow Benelux e.a. tegen de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, ECLI:NL:RVS:2016:2354.

Naar aanleiding van prejudiciƫle vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde het EU-Hof eerder dit jaar in een aantal zaken, waaronder de zaak C-295/14, dat de correctiefactor door de Europese Commissie ongeldig was vastgesteld. Het EU-Hof bepaalde echter ook dat de ongeldigverklaring geen gevolgen heeft voor de toewijzing van emissierechten tot tien maanden na zijn arrest. De Commissie heeft hierdoor de tijd gekregen om een nieuwe correctiefactor vast te stellen. Dit betekent dat de ondernemingen die beroep hebben ingesteld tegen de toewijzing niet kunnen profiteren van de ongeldigheid van het besluit van de Commissie. Zie het eerdere ECER-bericht voor nadere informatie over deze zaak.

Bezwaren van de ondernemingen

De ondernemingen betogen allereerst dat de staatssecretaris de toewijzing van broeikasgasemissierechten beter had moeten motiveren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat de mededeling van de staatssecretaris dat hij bij het gewijzigde toewijzingsbesluit mede de vastgestelde correctiefactor toepast, een deugdelijke motivering is.

Ten tweede stellen de ondernemingen dat in het gewijzigde toewijzingsbesluit onvoldoende rekening is gehouden met hun belangen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het door de staatssecretaris te nemen besluit uitsluitend inhoudt dat  de voorlopige toegewezen emissierechten worden vermenigvuldigd met de door de Commissie vastgestelde correctiefactor. Een afweging van belangen is hierbij niet aan de orde.

Bovendien stellen de ondernemingen dat de toewijzing rechtsonzeker is omdat de Commissie bij het vaststellen van de correctiefactor niet in overeenstemming met de daarvoor gestelde regels zou hebben gehandeld. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat dit bezwaar betrekking heeft op de (wijze van) vaststelling van de correctiefactor door de Commissie, waarover het Hof zich reeds heeft uitgelaten. Het gewijzigde toewijzingsbesluit is niet rechtsonzeker: uit dit besluit blijkt immers welke emissierechten de bedrijven krijgen.

Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de staatssecretaris de toewijzing van broeikasgasemissierechten terecht gebaseerd op de correctiefactor van de Commissie.