Nederland voor Hof gedaagd vanwege discriminerende belasting

Contentverzamelaar

Nederland voor Hof gedaagd vanwege discriminerende belasting
Dividendbetalingen aan buitenlandse vennootschappen in sommige EVA-landen worden in Nederland zwaarder belast dan dividendbetalingen aan binnenlandse vennootschappen. Dit is volgens de Europese Commissie in strijd met het vrij verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging. Naast Nederland zijn nog vier andere lidstaten voor het Hof gedaagd wegens soortgelijke belastingpraktijken, met name binnen de EU.

Directe belastingen: Commissie besluit België, Spanje, Italië, Nederland en Portugal wegens discriminerende belasting van uitgaande dividenden voor het Hof van Justitie te dagen en vraagt Letland om een eind te maken aan dergelijke discriminerende belasting

IP/07/66

Brussel, 22 januari 2007

Directe belastingen: Commissie besluit België, Spanje, Italië, Nederland en Portugal wegens discriminerende belasting van uitgaande dividenden voor het Hof van Justitie te dagen en vraagt Letland om een eind te maken aan dergelijke discriminerende belasting

De Europese Commissie heeft besloten om België, Spanje, Italië, Nederland en Portugal voor het Europese Hof van Justitie te dagen, omdat zij regels toepassen op grond waarvan bepaalde dividendbetalingen aan buitenlandse vennootschappen (uitgaande dividenden) zwaarder worden belast dan dividendbetalingen aan binnenlandse vennootschappen (binnenlandse dividenden).De Commissie is van mening dat dergelijke regels in strijd zijn met het EG-Verdrag en de EER-Overeenkomst, omdat zij zowel het vrije verkeer van kapitaal als de vrijheid van vestiging beperken. Tezelfdertijd heeft de Commissie Letland formeel verzocht om zijn belastingwetgeving betreffende dividendbetalingen aan vennootschappen in het buitenland te wijzigen. Dit verzoek had de vorm van een “met redenen omkleed advies” overeenkomstig artikel 226 van het EG-Verdrag. Als Letland de Commissie binnen twee maanden geen bevredigend antwoord geeft, kan deze de zaak voor het Europese Hof van Justitie brengen.

"De lidstaten mogen dividenden die worden uitgekeerd aan vennootschappen in andere lidstaten, niet zwaarder belasten dan dividenden die in het binnenland worden uitgekeerd", aldus László Kovács, EU-Commissaris voor belastingen en douane. "Het verheugt mij dat het Hof van Justitie dit standpunt op 14 december 2006 heeft bevestigd in zijn arrest in de zaak-Denkavit (C-170/05)".

De belastingregels in België, Spanje, Italië, Letland, Nederland en Portugal kunnen in sommige gevallen leiden tot een hogere belasting van uitgaande dividenden dan van binnenlandse dividenden. Deze regels voorzien immers in geen of slechts een zeer lage belasting van binnenlandse dividenden, terwijl uitgaande dividenden aan een bronheffing van 5 tot 25 % worden onderworpen.

In het geval van België, Spanje, Italië, Letland en Portugal heeft de discriminatie betrekking op dividenden die worden uitgekeerd naar andere lidstaten en naar de EER-/EVA-landen die passende bijstand verlenen (bv. uitwisseling van informatie). In het geval van Nederland betreft de discriminatie alleen de laatstgenoemde landen.

De Commissie had België, Spanje, Italië, Nederland en Portugal voordien op 25 juli 2006 een met redenen omkleed advies gezonden (IP/06/1060) met het verzoek hun wetgeving te wijzigen. In antwoord hierop heeft Nederland zijn wetgeving aangepast, maar alleen wat de dividendbetalingen aan andere lidstaten betreft. Het besluit om Nederland voor het Hof van Justitie te brengen, betreft daarom uitsluitend dividendbetalingen aan de EER-/EVA-landen die passende bijstand verlenen (bv. uitwisseling van informatie). België, Italië en Portugal hebben het met redenen omkleed advies niet beantwoord. Het antwoord van Spanje was negatief.

De Commissie had op 25 juli 2006 ook aan Luxemburg een met redenen omkleed advies gezonden. Zij verheugt zich erover dat Luxemburg heeft besloten een eind te maken aan deze discriminatie (die uitsluitend betrekking had op de EVA-landen die passende bijstand verlenen (bv. uitwisseling van informatie)). De procedure tegen Luxemburg zal worden beëindigd zodra het land de nodige wijzigingen in zijn belastingvoorschriften heeft doorgevoerd.

In het arrest-Denkavit van 14 december 2006 (zaak C-170/05) bevestigde het Hof het principe dat uitgaande dividenden in het bronland (het land waar de dochtermaatschappij is gevestigd) niet zwaarder mogen worden belast dan binnenl andse dividenden.

Volgens dit arrest kan het echter relevant zijn dat daarbij rekening wordt gehouden met het feit of het land van vestiging van de moedermaatschappij toestaat of de bronbelasting die in het bronland is geheven, wordt verrekend. De Commissie zal met dit recente arrest rekening houden bij de opstelling van haar verzoekschriften aan het Hof. Tot dusver had de Commissie zich op hetzelfde standpunt geplaatst als het EVA-Hof in de zaak-Fokus Bank (zaak E-1/04), waarin dit uitdrukkelijk oordeelde dat het niet van belang was of het land van vestiging verrekening van belasting toestond.

De referentienummers van de procedures die de Commissie heeft ingeleid, zijn 2004/4347 voor België, 2004/4354 voor Spanje, 2004/4350 voor Italië, 2005/4753 voor Letland, 2004/4352 voor Nederland en 2004/4353 voor Portugal.
Voor de persmededelingen over inbreukprocedures op het gebied van belastingen en douane:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/common/infringements/infringement_cases/index_en.htm
Voor de laatste algemene informatie over inbreukmaatregelen tegen lidstaten:

http://ec.europa.eu/community_law/eulaw/index_en.htm