Nederlands kabinet verwelkomt het politieke akkoord over de Europese Vredesfaciliteit

Contentverzamelaar

Nederlands kabinet verwelkomt het politieke akkoord over de Europese Vredesfaciliteit
De Europese Vredesfaciliteit zal de financiering van de kosten van militaire EU-missies en operaties in het kader van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) versterken. Daarnaast voorziet de Europese Vredesfaciliteit in uitgebreidere mogelijkheden om vredesoperaties en capaciteitsopbouw door derde landen en internationale organisaties te financieren. Het kabinet is van oordeel dat het politieke akkoord past binnen de Nederlandse inzet.

Achtergrond

Het Nederlandse kabinet is tevreden met het politieke akkoord dat binnen de Raad is bereikt over de Europese Vredesfaciliteit (European Peace Facility (hierna: EPF)). De Raad bereikte dit politieke akkoord op 18 december 2020. Volgens het Nederlandse kabinet zal de EPF het externe optreden van de EU op het gebied van veiligheid en defensie versterken.

Verder benadrukt het Nederlandse kabinet in een Kamerbrief over het EPF dat de EPF de rol van de EU als geloofwaardige en betrouwbare veiligheidsactor op het wereldtoneel vergroot, onder meer door de mogelijkheid om tijdige en effectieve (militaire) steun te verlenen aan derde landen.

Daarnaast worden derde landen (en internationale organisaties) financieel ondersteund met betrekking tot eigen vredesoperaties en capaciteitsopbouw. Capaciteitsopbouw richt zich op het versterken van de kennis en vaardigheden, met als doel het functioneren van organisaties in de derde landen te verbeteren. Deze financiering moet derde landen in staat stellen om de veiligheid van de eigen bevolking te verzekeren en de stabiliteit in hun regio te vergroten.

De Europese Vredesfaciliteit

Het EPF krijgt een tweepijlerstructuur. De eerste pijler omvat de financiering van de gemeenschappelijke kosten van militaire EU-missies en operaties in het kader van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB). Deze kosten worden op dit moment nog gefinancierd via het Athena-mechanisme . Het EPF voorziet in een uitbreiding van het type kosten dat voor een gemeenschappelijke financiering in aanmerking komt ten opzichte van het Athena-mechanisme. Het uitbreiden van de financiering van de gemeenschappelijke kosten van EU-missies en operaties past goed in de inzet van het Nederlandse kabinet om het operationele optreden van de EU te vergroten.

De tweede pijler omvat de financiering van steunmaatregelen, zowel voor vredesoperaties van derde landen en internationale organisaties als voor de capaciteitsopbouw door derde landen van bijvoorbeeld hun veiligheidssystemen en defensie. Door de vaststelling van het EPF wordt het ook mogelijk om steunmaatregelen te financieren voor capaciteitsopbouw en vredesoperaties buiten het Afrikaanse continent. Voorheen vond de financiering van de capaciteitsopbouw en de vredesoperaties namelijk plaats via de African Peacy Facility , een instrument dat geografisch beperkt was tot het Afrikaanse continent.

De Raad besluit met unanimiteit over de inzet van het EPF op basis van voorstellen van de Hoge Vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheid of één of meerdere lidstaten. Een lidstaat kan zich op basis van artikel 31 EU-Verdrag onthouden van deelname aan een maatregel in het kader van het EPF.

De EPF wordt niet gefinancierd vanuit de reguliere EU-begroting. De Europese Raad heeft besloten om voor de periode 2021-2027 5 miljard euro beschikbaar te stellen voor het EPF.

Meer informatie:

  • Kamerbrief over Europese Vredesfaciliteit (EPF)
  • Persbericht van de Raad – Raad bereikt politiek akkoord over Europese Vredesfaciliteit
  • ECER-dossier – Defensiesamenwerking - Europese Vredesfaciliteit
  • Voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van de Europese Vredesfaciliteit (EN, 2018)