Wetsvoorstel terugvordering staatssteun

Contentverzamelaar

Wetsvoorstel terugvordering staatssteun
Het wordt voor de overheid gemakkelijker onterecht gegeven staatssteun terug te vorderen. Het Nederlandse recht bevatte nog geen adequate wetgeving om hieraan altijd te kunnen voldoen. Dat blijkt uit een wetsvoorstel tot aanpassing van het Burgerlijk wetboek, Algemene Wet Bestuursrecht en de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen. Voor zover bekend is Nederland de eerste lidstaat die dergelijke wetgeving invoert.

Indien wordt vastgesteld dat een onderneming in strijd met het EG-recht staatssteun heeft verkregen kan de Commissie, het EG-Hof of een Nederlandse rechter bevelen dat Nederland de staatssteun terugvordert. Dit terugvorderen moet gebeuren overeenkomstig de nationale procedures voor terugvordering. In Nederland bestaan geen sluitende regels voor een dergelijke terugvordering. De ICER concludeerde dit in 2002 in haar rapport “Trends in de rechtspraak, terugvordering van staatssteun”.

Het is gebleken dat de procedure voor de terugvordering niet altijd eenvormig verloopt. Belangrijke vraag is die naar de grondslag van de bevoegdheid tot terugvorderen. Wordt deze direct aan het gemeenschapsrecht ontleend of niet? De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in 2006 beslist dat er sprake moet zijn van een nationale grondslag voor terugvordering (AB 2006, 208 en JB 2006, 54).

Het wetsvoorstel beoogt deze lacune op te vullen door een passend nationaal instrumentarium te bieden zodat wordt voldaan aan de eisen die door het communautaire recht aan terugvordering van steun, ongeacht de aard ervan, worden gesteld.

Wetsvoorstel

Memorie van Toelichting

Advies van de Raad van State en nader rapport