Op deze pagina:
Een bijzondere wetgevingsprocedure houdt in dat de Raad besluit na raadpleging of goedkeuring van het Europees Parlement, dan wel dat het Europees Parlement besluit na goedkeuring door de Raad. In plaats van de Commissie kan in sommige gevallen ook een andere instelling, zoals het EU-Hof of de Europese Centrale Bank, een voorstel indienen.
De bijzondere wetgevingsprocedure waarbij de Raad besluit na raadpleging van het Europees Parlement ziet er als volgt uit: de Raad vraagt, naar aanleiding van een voorstel voor regelgeving door de Commissie, het advies van het Europees Parlement en meestal ook van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Hebben zij hun advies uitgebracht, dan kan de Commissie het voorstel naar aanleiding daarvan desgewenst wijzigen. Vervolgens wordt het voorstel bestudeerd door de Raad, die het in ongewijzigde of gewijzigde vorm kan goedkeuren. Het komt ook voor dat de Raad over het voorstel geen overeenstemming bereikt. In het laatste geval blijft het voorstel 'hangende'.
Een bijzondere wetgevingsprocedure waarbij de Raad besluit na goedkeuring van het Europees Parlement is bijvoorbeeld voorgeschreven bij het tot stand komen van non-discriminatieregelgeving (art. 19, lid 2 EU-Werkingsverdrag) en bij de totstandkoming van een meerjarig financieel kader (artikel 312, lid 4 EU-Werkingsverdrag).
Een bijzondere wetgevingsprocedure waarbij het Europees Parlement besluit na goedkeuring van de Raad is de vaststelling van het eigen reglement (artikel 223, lid 2 EU-Werkingsverdrag) of het statuut van de EU-ombudsman (artikel 228, lid 4 EU-Werkingsverdrag).
Het goedkeuren van de begroting is onderwerp van een geheel andere procedure dan voor de andere EU-regelgeving gangbaar is (artikel 313 en 314 EU-Werkingsverdrag). De begroting wordt opgesteld volgens een bijzondere wetgevingsprocedure.
De Europese Commissie dient een voorstel in met een ontwerpbegroting. De Commissie kan deze ontwerpbegroting wijzigen totdat het bemiddelingscomité bijeen wordt geroepen. De Raad stelt zijn standpunt over de ontwerpbegroting met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vast. De Raad kan het voorstel van de Commissie ook met gekwalificeerde meerderheid van stemmen wijzigen (zie artikel 293, lid 1, EU-Werkingsverdrag).
Dan volgt de eerste lezing in het Europees Parlement. Wanneer het Europees Parlement zijn goedkeuring aan het ontwerp hecht, of binnen 42 dagen geen amendementen of wijzigingsvoorstellen doet, wordt de door de Raad vastgestelde ontwerpbegroting als definitief goedgekeurd beschouwd.
Wat betreft amendementen en wijzigingsvoorstellen: zowel voor de verplichte uitgaven (die voortvloeien uit de EU-Verdragen en de ter uitvoering daarvan vastgestelde besluiten) als voor de onverplichte uitgaven geldt dat het Europees Parlement recht van amendement heeft. Het EP besluit met een meerderheid van zijn leden. Binnen tien dagen moet de Raad besluiten of hij instemt met de amendementen van het EP, anders moet een bemiddelingscomité bijeen worden geroepen. Wanneer het bemiddelingscomité er niet in slaagt een voor Raad en EP aanvaardbaar compromis te bereiken, moet de Commissie een nieuwe ontwerpbegroting indienen. Het is niet de Raad, maar de voorzitter van het Europees Parlement die de begroting definitief vaststelt.