Seminars 2005

Verdrag van Nice
Op 24 februari organiseerde het ECER het seminar 'Van Nice naar Rome: het functioneren van de EU in een overgangsperiode'. Met alle aandacht voor de nieuwe 'Grondwet voor Europa' zouden we haast vergeten dat we het nog vele jaren zullen moeten doen met het Verdrag van Nice. Per 1 november 2004 zijn nieuwe regels in werking getreden, met name op het gebied van de besluitvorming. Het ECER organiseerde daarom een 'actualiteitencollege' over de Europese Verdragen 'na Nice'. Prof. dr Jan Rood (Clingendael, Universiteit Utrecht) verzorgde een bestandsopname van het Verdrag van Nice: Wat waren de verwachtingen en hoe functioneert het verdrag tot nu toe? Wat zijn de gevolgen van de uitbreiding van 15 naar 25 lidstaten en de aanpassingen die in de Toetredingsakte 2003 zijn gemaakt? Mr Ben Smulders (Europese Commissie, Kabinetchef Commissaris Kroes) sprak o.a. over de nieuwe Commissie en haar ambities; de te verwachten werkwijze met 25 Commissarissen; de nieuwe indeling van het Commissie-apparaat; en de toegankelijkheid van de medewerkers van de Commissie en de Commissarissen. Mr Henne Schuwer (Plv. Ambassadeur PV-EU) sprak over de ervaringen in de Raad: Hoe functioneert de Raad sinds 1 mei 2004 met 25 lidstaten? Hoe vindt de nieuwe stemmenweging toepassing in de praktijk? En wat zijn de consequenties voor de onderhandelingsstrategie en de Haagse afstemmingsgremia?

Europese Grondwet
Op 31 maart vond het seminar 'Nationale goedkeuring van de Europese Grondwet' plaats. Het ECER nodigde vertegenwoordigers uit de academische wereld uit hun licht te laten schijnen over de Nederlandse inbedding van het verdrag, het goedkeuringsproces in de lidstaten, en de mogelijke betekenis van het verdrag vooruitlopend op de inwerkingtreding. Onder voorzitterschap van Prof. mr Hanna Sevenster (Ministerie van Buitenlandse Zaken) behandelde als eerste Prof. Tom Eijsbouts (Universiteit van Amsterdam) de Nederlandse constitutionele aspecten, onder meer de verhouding van het Grondwettelijk Verdrag tot het constitutionele bestel van het Koninkrijk, de vraag welke Grondwet prevaleert en het verloop van de Nederlandse goedkeuringsprocedure. Vervolgens sprak Prof. Piet Eeckhout (King's College, Londen) over het ratificatieproces in de lidstaten: opties en oplossingen, een verkenning van de juridische perspectieven van een haperend goedkeuringsproces. Welke mogelijkheden biedt het verdrag, welke oplossingen zijn denkbaar? Tot slot sprak Prof. P.J.G. Kapteyn (Universiteit van Amsterdam, oud-rechter in het Hof van Justitie van de EG) over de mogelijkheid tot anticipatie. Hoe zouden politiek en rechtspraak vooruit kunnen gaan lopen op de inwerkingtreding? Wat zijn de juridische mogelijkheden, wat zijn de obstakels, en zou het wenselijk zijn?

Staatssteun
De ontwikkelingen op het terrein van staatssteun gaan snel. Door het Hof van Justitie worden nieuwe en nadere grenzen gesteld aan het steunbegrip, daarnaast werkt de Europese Commissie aan een moderner staatssteuncontrolebeleid. Het ECER zette de laatste ontwikkelingen op 23 juni op een rij in het seminar 'Grenzen aan steun, nu en in de toekomst'. Onder voorzitterschap van Prof. mr Hanna Sevenster (Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Juridische Zaken) sprak Prof. mr Marc van der Woude (Willkie Farr & Galagher advocaten, Brussel; hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam) over de laatste ontwikkelingen binnen en de grenzen van het steunbegrip. Mr Tom de Gans (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) behandelde steun en het nieuwe zorgstelsel per 1 januari 2006. Omdat het stelsel mogelijk steunelementen bevat, is het ter beoordeling voorgelegd aan de Europese Comissie. De beschikkingen van de Commissie werden toegelicht. Drs Wouter Pieké (Europese Commissie, DG Mededinging) verzorgde een outline van het nieuwe steunbeleid van de Europese Commissie. De Commissie beoogt het steuncontrolebeleid te morderniseren, onder meer door een het hanteren van een nieuwe, meer economische invalshoek, een meer horizontale benadering van het steunbeleid, en inpassing daarvan in de Lissabon-strategie.

Implementatie
De implementatie en toepassing van Europese regels in Nederland is nog steeds niet optimaal: is er in politiek en ambtelijk Den Haag wel voldoende structurele aandacht voor? De Europese Commissie wordt op dit terrein steeds actiever (zie het enorme aantal ingebrekestellingen van de laatste tijd), hierin gesteund door het EG Hof van Justitie, dat meer en meer invulling geeft aan artikel 228 EG-Verdrag (en de lidstaten dwangsommen en boetes oplegt). Daarom organioseerde het ECER op 29 september een lunchbijeenkomst 'Sancties voor lidstaten bij niet-naleving Europese regels' waar Prof. mr Hanna Sevenster (hoofd van de afdeling Europees recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken) en mr Hans van den Oosterkamp (juridisch adviseur van de PV EU) spraken over de laatste stand van zaken op dit terrein.

Burgerschap
Op 10 november vond het seminar 'Burgerschap van de Unie: De grens bereikt of een grenzeloos begrip?' plaats. Het Burgerschap van de Unie heeft verstrekkende gevolgen voor alle departementen. Het is de funda mentele status voor onderdanen van de lidstaten wanneer zij hun recht op vrij verkeer en verblijf uitoefenen. Niet alleen onderdanen van andere lidstaten, maar ook Nederlanders kunnen er rechten aan ontlenen. Niet langer hoeft een Unieburger een economische activiteit uit te oefenen om aanspraak te maken op gelijke behandeling op alle terreinen waarop de EG zich beweegt. En dat zonder (verkapte) discriminaties of belemmeringen. Dr Diana Comijs (Ministerie van Buitenlandse Zaken) gaf een overzicht van begrip burgerschap en presenteerde het [[ ICER-rapport Burgerscchap van de Unie]] . Mr Stewart Watson (referendaris Hof van Justitie EG) en prof. mr Peter Wattel (Advocaat-generaal Hoge Raad der Nederlanden) kozen voor hun presentatie als invalshoek respectievelijk 'Burgerschap - een grenzeloos begrip' en 'Burgerschap - de grens is bereikt'.

Terrorisme
De lunchbijeenkomst 'Mensenrechten en terrorismebestrijding' op 8 december stond in het teken van de spraakmakende arresten T-306/01 (Yusuf) en T-315/01 (Kadi), waarin het Gerecht van eerste aanleg van de EG zich bevoegd verklaart tegoeden van particulieren te bevriezen in de strijd tegen het internationaal terrorisme. Deze maatregelen zouden niet conflicteren met fundamentele mensenrechten. Het Gerecht verklaart zich niet bevoegd zich uit te spreken over de rechtmatigheid van VN-Veiligheidsraadresoluties die ten grondslag liggen aan de EG-maatregelen. Het Gerecht acht zich wél bevoegd om incidenteel de rechtmatigheid van dergelijke Veiligheidsraadresoluties te toetsen aan jus cogens (dwingende normen van algemeen volkenrecht). Het ontbreken van rechtsbescherming tegen deze res oluties wordt niet in strijd geacht met jus cogens. Onder voorzitterschap van Prof. dr J.G. Lammers (ministerie van Buitenlandse Zaken) werden inleidingen verzorgd door Prof. dr Erika de Wet (Hoogleraar Internationaal Constitutioneel recht, Universiteit van Amsterdam) en Dr Mielle Bulterman (Universitair Hoofddocent, Europa Instituut, Universiteit Leiden).