Het begrip werknemer

Op deze pagina:

Inleiding

Artikel 45, lid 1, EU-Werkingsverdrag bepaalt slechts dat het vrij verkeer van werknemers binnen de EU vrij is, maar geeft geen omschrijving van wat onder het begrip werknemer moet worden verstaan. Het EU-Hof heeft in haar jurisprudentie uitleg gegeven aan dit begrip. Het begrip werknemers wordt niet door nationale voorschriften uitgelegd, maar is een autonoom EU-rechtelijk begrip.

Algemene definitie

Een werknemer is iedere onderdaan van een EU-lidstaat die gedurende een bepaalde tijd voor een ander en onder diens gezag prestaties levert en als tegenprestatie een vergoeding ontvangt (zaak 66/85, Lawrie-Blum). De nationale rechter dient te beoordelen of er sprake is van een gezagsrelatie (C-337/97, Meeusen). Het is niet van belang of de arbeidsverhouding van de werknemer van publiekrechtelijke of privaatrechtelijke aard is (C-152/73, Sotgiu). Tevens hoeft de werknemer geen formeel arbeidscontract met de werkgever te hebben (C-196/87, Steymann).

Bij de vaststelling of iemand een werknemer is moet de nationale rechter kijken naar objectieve factoren zoals het aantal gewerkte uren en de vergoeding voor de arbeid. Subjectieve factoren zoals het motief en het gedrag van de werknemer zijn minder relevant. Het feit dat een persoon de EU-rechten heeft misbruikt om de status van werknemer te verkrijgen, doet niet ter zake (C-413/01, Ninni-Orasche).

Naar boven

Reële en daadwerkelijke arbeid

Tevens moet de werknemer in de lidstaat van ontvangst reële en daadwerkelijke arbeid gaan verrichten (zaak 53/81, Levin). Het EU-Hof oordeelde onder meer dat het werken als voetballer in een professionele competitie (C-415/93, Bosman), het volgen van een beroepsopleiding (C-188/00, Kurz), het werken als prostitué (C-268/99, Jany), vissers die een deel van de opbrengsten ontvangen in ruil voor hun arbeid (C-3/87, R) en het werken in het kader van een voorbereidende stage (C-109/04, Kranemann) kunnen worden aangemerkt als reële en daadwerkelijke arbeid in loondienst verricht. Ook onbetaalde arbeid kan worden aangemerkt als reële en daadwerkelijke arbeid. Voorwaarde is wel dat aan deze persoon voorzieningen worden toegekend die kunnen worden aangemerkt als een tegenprestatie voor de verrichte arbeid (C-196/87, Steymann).

Naar boven

Sociale werkvoorziening

Bij de vraag of er sprake is van reële en daadwerkelijke arbeid in loondienst heeft het EU-Hof in een aantal gevallen gekeken wat het doel van de werkzaamheden is. In de zaak 344/87, Bettray, oordeelde het EU-Hof dat een persoon die werkzaamheden verricht in het kader van een sociale werkvoorziening, niet als werknemer in de zin van artikel 45 EU-Werkingsverdrag kan worden gekwalificeerd. Volgens het EU-Hof zijn de werkzaamheden niet het gevolg van een economische behoefte, maar hebben zij enkel de sociale integratie van de werknemer tot doel. In de zaak C-456/02, Trojani, oordeelde het EU-Hof dat de overwegingen uit de zaak Bettray slechts van toepassing zijn wanneer de werknemer voor een bepaalde periode niet in staat is om normale werkzaamheden te verrichten. De nationale rechter dient te onderzoeken of de prestaties die worden verricht kunnen worden aangemerkt als prestaties die normaliter op de arbeidsmarkt worden verricht.

Naar boven

Deeltijdwerken

Het doet er niet toe of iemand in deeltijd arbeid verricht (zaak C-53/81, Levin). Ook is niet van belang hoeveel uren de werknemer werkt. Indien de werknemer te weinig uren werkt om een minimuminkomen te verdienen moet gekeken worden naar andere inkomstenbronnen (vermogen, inkomen van familieleden). Lidstaten mogen in zo'n geval de voorwaarden voor de toegang tot hun socialezekerheidsstelsel toepassen, maar dit ontneemt de werknemer niet zijn kwalificatie als werknemer in de zin van artikel 45 EU-Werkingsverdrag (zaak 139/85, Kempf).

Met betrekking tot oproepkrachten met een nul-uren-contract, dient de nationale rechter te onderzoeken of, gezien de beperkte duur en de onregelmatigheid van het werk, iemand kan worden gekwalificeerd als werknemer (C-357/89, Raulin).

Naar boven

Werkzoekenden

In de zaak C-292/89, Antonissen oordeelde het EU-Hof dat werkzoekenden onder de definitie van werknemers kunnen vallen. Indien alleen personen die reeds een baan hebben gebruik kunnen maken van het vrij verkeer van werknemers zou dit veel mensen weerhouden om deze vrijheid uit te oefenen. De meeste personen hebben namelijk bij aankomst nog geen werk. Het staat de lidstaten echter vrij om de EU-burger niet langer als werknemer te kwalificeren indien werk niet binnen redelijke termijn te verwachten is.

Sociale en fiscale voordelen op grond van artikel 7, lid 2 van verordening 492/2011 zijn in beginsel niet beschikbaar voor werkzoekenden (C-278/94, Commissie tegen België en C-316/85, Lebon). Werkzoekenden kunnen echter wel aanspraak maken op een vergoeding voor werkzoekenden onder dezelfde voorwaarden als de werknemers van die lidstaat. Voorwaarde is wel dat deze werknemers daadwerkelijk verbonden zijn aan de arbeidsmarkt van de desbetreffende lidstaat (C-138/02, Collins). Een vergoeding voor werkzoekenden mag niet afhankelijk worden gemaakt van de voorwaarde dat een persoon zijn middelbare onderwijs heeft afgemaakt of dat hij een bepaalde periode heeft gestudeerd (C-258/04, Ioannidis en C-367/11, Prete).

Naar boven

Overig

  • Artikel 7, lid 3 van richtlijn 2004/38 bepaalt dat personen onder bepaalde omstandigheden de kwalificatie van werknemer behouden. Bijvoorbeeld gedurende tijdelijke arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte of een ongeval.
  • Gedetacheerde werknemers en zelfstandigen vallen niet onder de definitie "werknemer". Op deze categorieën werkenden zijn de vrijheid van diensten en de vrijheid van vestiging van toepassing.

Naar boven