Toepassing op Polen (en het Verenigd Koninkrijk)

Toepassing op Polen (en het Verenigd Koninkrijk)

In Protocol nr. 30 bij de EU-Verdragen is voorzien in een specifieke regeling voor Polen en het Verenigd Koninkrijk ten aanzien van het Handvest. Het gaat hier om een interpretatief protocol dat de bepalingen van het Handvest uitlegt, niet wijzigt. Het verandert dus niets aan de juridische verplichtingen die voor deze landen voortvloeien uit het Handvest of de EU-Verdragen. 

De belangrijkste bepaling in het protocol is dat het Handvest het EU-Hof geen bevoegdheid verleent om Britse of Poolse wetten in strijd met het Handvest te verklaren. Dat staat ook in artikel 52, lid 5 van het Handvest. Echter, indien een nationale norm is gebaseerd of verband houdt met een EU-bepaling, dan moet de nationale rechter die nationale norm toetsen aan die EU-bepaling in combinatie met het Handvest. De rechter kan dan tot de conclusie komen dat de nationale norm in strijd is met de EU-bepaling, uitgelegd in het licht van het Handvest, en de nationale norm buiten toepassing laten. Dit is ook de opvatting van de Nederlandse regering, zoals opgenomen in de memorie van antwoord aan de Eerste Kamer bij het wetsvoorstel inzake de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon. 

In het arrest N.S. heeft het EU-Hof bepaald dat artikel 1, lid 1, van Protocol nr. 30 een verduidelijking is van artikel 51 van het Handvest, betreffende het toepassingsgebied ervan, en er niet toe strekt de Republiek Polen en het Verenigd Koninkrijk vrij te stellen van de verplichting om de bepalingen van het Handvest na te leven en evenmin om een rechtbank van een van deze lidstaten te verhinderen om toe te zien op de naleving van deze bepalingen. Deze kwestie ging echter niet over titel IV (solidariteit) van het Handvest. Het EU-Hof zal dus later nog eens geroepen worden tot uitlegging van artikel 1, lid 2, van Protocol nr. 30.

Door de uittreding van het VK uit de Europese Unie zijn de EU-Verdragen niet meer van toepassing op het VK (artikel 50, lid 3, EU-Verdrag). Dat geldt ook voor het EU-Handvest, dat dezelfde juridische waarde als de Verdragen heeft (zie artikel 6, lid 1, EU-Verdrag), en voor de Protocollen die een integrerend onderdeel van de EU-Verdragen uitmaken (zie artikel 51 EU-Verdrag). In het Terugtrekkingsakkoord tussen de EU en het VK (dat tot 31 december 2020 van kracht was) is in artikel 2, sub a en 127 lid 2, sub b opgenomen dat het Handvest gedurende de overgangsperiode van toepassing bleef. De artikelen 39 en 40 van het Handvest, die betrekking hebben op het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement en de gemeenteraadsverkiezingen, waren tijdens de overgangsperiode niet van toepassing. 

Sinds de terugtrekking van het VK uit de EU zijn onderdanen van het VK onderdanen van derde landen. Vanaf 1 januari 2021 regelt de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst (inclusief protocollen) de afspraken tussen de VK en de EU op diverse onderwerpen. 

Naar boven