A-G Rantos brengt conclusie uit over de datum waarop staatssteun moet worden geacht te zijn verleend
Contentverzamelaar
A-G Rantos brengt conclusie uit over de datum waarop staatssteun moet worden geacht te zijn verleend
Nieuwsbericht | 14-03-2025
Het gaat om de conclusie van advocaat-generaal (hierna: A-G) Rantos van 13 maart 2025 in de zaak C-653/23, TOODE.
Achtergrond
Aan een Letse onderneming is door de Letse belastingdienst staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de Covid-19-pandemie geweigerd, op grond dat zij niet voldeed aan de in het nationale recht gestelde voorwaarden voor dergelijke steun. Deze onderneming heeft zich tot de nationale rechter gewend met het verzoek vast te stellen dat zij wel aan deze voorwaarden voldeed en de belastingdienst te gelasten een voor haar gunstig administratief besluit vast te stellen. De geldigheidstermijn van de door de Europese Commissie goedgekeurde steunregeling is evenwel tijdens de procedure bij de nationale rechter verstreken.
Bij het EU-Hof ligt in deze zaak de vraag voor of de onderneming aanspraak kan maken op de betrokken steun indien de aanvankelijke weigering van de belastingdienst om de steun toe te kennen nietig wordt verklaard bij een rechterlijke beslissing die na het verstrijken van de termijn voor de toekenning van de steun wordt gegeven. Het EU-Hof wordt aldus verzocht zich uit te spreken over, ten eerste, de bepaling van de datum waarop de staatssteun wordt geacht te zijn verleend in de zin van artikel 107, lid 1, van het EU-Werkingsverdrag en, ten tweede, de vraag of het gaat om bestaande of nieuwe steun in de zin van artikel 1 van de EU-Staatssteunprocedureverordening.
Advies
De A-G concludeert dat staatssteun moet worden geacht te zijn ‘toegekend’ op de datum waarop de bevoegde nationale overheidsinstantie heeft geweigerd deze steun aan een onderneming toe te kennen wanneer deze weigering door een nationale rechterlijke beslissing na het verstrijken van de termijn voor de toekenning van de steun onrechtmatig is verklaard. Deze weigering moet wel hebben plaatsgevonden voor het verstrijken van de termijn voor de toekenning van de steun en op een datum waarop de goedkeuring van de Commissie voor deze steun van kracht was. Daarnaast moet de onderneming op het moment van de weigering hebben voldaan aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de steun op grond van de toepasselijke nationale regelgeving.
De betrokken steun moet aldus worden geacht te zijn verleend op de datum van het door de belastingdienst vastgestelde weigeringsbesluit. Dat wil zeggen: op een tijdstip waarop de goedkeuring van de Commissie voor deze steun van kracht was. Die steun moet volgens de A-G aldus worden beschouwd als goedgekeurde en dus bestaande steun in de zin van artikel 1 van de EU-Staatssteunprocedureverordening, zelfs als deze na het verstrijken van de geldigheid van de door de Commissie goedgekeurde steunregeling wordt uitbetaald. In dat geval is de betaling van deze steun niets anders dan de uitvoering van de gerechtelijke beslissing.
Opmerking: een conclusie van een A-G is een advies aan het EU-Hof. Het EU-Hof is volledig vrij daarvan af te wijken. Het is nog niet bekend wanneer de uiteindelijke uitspraak van het EU-Hof zal verschijnen. Dit kan nog enkele maanden duren. De uitspraak van het EU-Hof zal wel bindend zijn.
Meer informatie:
- ECER-dossier - Staatssteun