C-110/02, Portugese varkensboeren, arrest van 29 juni 2004

Contentverzamelaar

C-110/02, Portugese varkensboeren, arrest van 29 juni 2004

Datum arrest, zaaknummer, partijen
Arrest van het Hof van Justitie van 29 juni 2004, zaak C-110/02, Commissie tegen Raad (Portugese varkensboeren)

Betrokken departementen
ISO, BZ, en LNV

Sleutelwoorden
Steunmaatregel van Portugese regering ten behoeve van varkenshouders - Steunmaatregel om terugbetaling mogelijk te maken van met gemeenschappelijke markt onverenigbaar verklaarde steun - Beschikking van Raad waarbij dergelijke steun verenigbaar met gemeenschappelijke markt is verklaard - Onwettigheid - Artikel 88, lid 2, derde alinea, EG

Beleidsrelevantie
Dit arrest gaat over de bevoegdheidsverdeling tussen de Raad en de Commissie inzake het verenigbaar verklaren van steunmaatregelen (artikel 88 lid 2 derde alinea EG). Uit dit arrest volgt dat de Raad niet bevoegd is om zich uit te spreken over de verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt van een steunmaatregel waarover de Commissie zich reeds definitief heeft uitgesproken. Dit geldt ook voor ogenschijnlijk "nieuwe" steunmaatregelen uit hoofde waarvan bedragen worden toegekend ter compensatie van de terugbetalingen, wegens eerdere toegekende onwettige steun.

Samenvatting van feiten, redenering en dictum
Op 25 november 1999 en 4 oktober 2000 heeft de Commissie middels twee beschikkingen Portugese steunregelingen ten behoeve van de Portugese varkenshouderij, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt verklaard. In de genoemde beschikkingen heeft de Commissie tevens de terugbetaling van de onwettig uitgekeerde steun gelast. Op 23 november 2001 heeft Portugal de Raad verzocht om goedkeuring van steun aan de varkenshouders ter compensatie van de terugbetalingen waartoe de varkenshouders uit hoofde van de Commissie beschikkingen gehouden waren. Het verzoek is ingediend op basis van artikel 88 lid 2 derde alinea EG, op grond waarvan de Raad steunmaatregelen verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kan verklaren indien "buitengewone omstandigheden" dit rechtvaardigen. Het verzoek is door de Raad gehonoreerd. De Commissie heeft beroep tot nietigverklaring ingesteld bij het Hof van Justitie.

Het Hof oordeelt ten eerste dat indien de betrokken lidstaat geen verzoek uit hoofde van artikel 88 lid 2 derde alinea EG tot de Raad heeft gericht voordat de Commissie de betrokken steunmaatregelen onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt verklaart, de Raad niet langer gerechtigd is om de hem toegekende uitzonderlijke bevoegdheid uit te oefenen. In dit verband onderstreept het Hof onder verwijzing naar het arrest K├╝hne & Heitz (zaak C-453/00)het belang van het feit dat beslissingen van bestuursorganen definitief worden na het verstrijken van redelijke beroepstermijnen of na uitputting van alle rechtsmiddelen.

Ten tweede gaat het Hof in op de omstandigheid dat het terzake ging om een steunmaatregel die als zodanig niet door de Commissie was beoordeeld, maar die diende ter compensatie van de terugbetalingen waartoe de varkenshouders uit hoofde van de Commissie beschikkingen gehouden waren. Het Hof overweegt, dat communautaire instellingen in geval van dergelijke steunmaatregelen rekening moeten houden met de eerdere beschikkingen van de Commissie. Voorts zouden de artikelen 87 en 88 EG elk nuttig effect verliezen als de lidstaten nieuwe steun ten bedrage van de onwettig verklaarde steun mochten toekennen ter compensatie van de terugbetalingsverplichting. Het verbod voor de Raad om steun die eerder door de Commissie onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard alsnog verenigbaar te verklaren, geldt derhalve ook voor steunmaatregelen waarmee de begunstigden van de onwettige steun een compensatie ontvangen voor de terugbetaling. Het Hof voegt nog toe dat het in onderhavige zaak nogal een kunstgreep lijkt om een onderscheid te maken tussen de twee steunregelingen. De beide steunmaatregelen zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Korte analyse
Dit arrest verduidelijkt de bevoegdheidsverdeling tussen de Raad en de Commissie terzake van het toestaan van steunmaatregelen. De Raad kan steunmaatregelen die door de Commissie onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt zijn verklaard, niet alsnog verenigbaar verklaren. Een verzoek van een lidstaat aan de Raad tot het verenigbaar met de gemeenschappelijke markt verklaren van steunmaatregelen moet derhalve worden gedaan voordat de Commissie de procedure ex artikel 88 lid 2 eerste alinea EG heeft afgesloten. Voorts gaat dit arrest in op de grenzen van de beoordelingsvrijheid van de Raad bij het onderzoek naar steunmaatregelen. De Raad dient namelijk rekening te houden met eerdere beschikkingen van de Commissie waarin de aanvankelijk aan de belanghebbenden toegekende steun onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. Steunmaatregelen die dienen ter compensatie van terugbetaling van onwettige steun kunnen in ieder geval niet verenigbaar worden verklaard.

Eerste inventarisatie van de mogelijke effecten voor het beleid, wetgeving, rechtspraak of rechtspraktijk op nationaal of Europees niveau
Dit arrest maakt duidelijk dat verzoeken aan de Raad inzake het verenigbaar verklaren met de gemeenschappelijke markt van steunmaatregelen moeten worden gedaan voordat de Commissie een beschikking terzake heeft genomen. Verder zijn verzoeken aan de Raad tot het verenigbaar verklaren van steunmaatregelen die neerkomen op de compensatie van terugbetaalde onwettige steun kansloos.

Voor de volledigheid wordt gewezen op het ISO-memorandum inzake de toepassing van artikel 88 lid 2, derde volzin, EG (2002). Het ISO doet hierin de aanbeveling dat als regel geen gebruik wordt gemaakt van de procedure van artikel 88 lid 2, derde volzin, EG; slechts in uitzonderingsgevallen, en bij besluit van de Ministerraad, zou van die regel kunnen worden afgeweken. Dit memorandum is indertijd ter kennisgeving aan de Minister Raad en aan de ICER voorgelegd.

Voorstel voor behandeling
De ICER zendt het fiche en het bijbehorende arrest ter kennisneming toe aan alle Ministers en het ISO.