C-144/04, Mangold, arrest van 22 november 2005

Contentverzamelaar

C-144/04, Mangold, arrest van 22 november 2005

Signaleringsfiche
Arrest van het Hof van Justitie van 22 november 2005 in de zaak C-144/04, Mangold

Betrokken departementen
BZK, JUS, SZW, VWS

Sleutelwoorden
Richtlijn 1999/70/EG - clausules 2, 5 en 8 van de raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd - richtlijn 2000/78/EG - artikel 6 - gelijke behandeling inzake arbeid en beroep - discriminatie op grond van leeftijd

Beleidsrelevantie
Dit arrest laat zien hoe het Hof de rechtvaardigingstoets bij verschil in behandeling naar leeftijd invult. Deze beoordelingswijze komt overeen met die in de Nederlandse jurisprudentie en in oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling. Het Hof verklaart het beginsel van non-discriminatie op grond van leeftijd tot een algemeen beginsel van gemeenschapsrecht. Nationale regelgeving in strijd met het verbod van leeftijdsdiscriminatie moet buiten toepassing worden gelaten.

Samenvatting van feiten, redenering en dictum
Mangold heeft op 56-jarige leeftijd een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur gesloten. Volgens het Duitse nationale recht mag een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur slechts onder bepaalde voorwaarden worden gesloten. Die voorwaarden gelden niet als de werknemer bij de aanvang van de arbeidsverhouding voor bepaalde duur 52 jaar of ouder is. Volgens Mangold is deze regeling onder meer in strijd met richtlijn 2000/78.

Het Hof overweegt als volgt. Richtlijn 2000/78 geeft een algemeen kader voor gelijke behandeling bij arbeid en beroep. Verschillen in behandeling op grond van leeftijd kunnen gerechtvaardigd zijn door een legitiem doel van algemeen belang, bijvoorbeeld op het terrein van de werkgelegenheid, de arbeidsmarkt of de beroepsopleiding. Het doel van de nationale regeling in kwestie, het bevorderen van de opneming in het arbeidsproces van werkloze oudere werknemers, acht het Hof legitiem. Dit kan het verschil in behandeling naar leeftijd in beginsel objectief en redelijk rechtvaardigen. Vervolgens onderzoekt het Hof of de middelen om dit doel te bereiken passend en noodzakelijk zijn. Omdat de regeling toepasbaar is op alle werknemers van 52 jaar en ouder, ongeacht of zij werkloos waren en ongeacht de duur van de eventuele werkloosheid, loopt naar het oordeel van het Hof een grote groep werknemers het risico om gedurende een substantieel deel van de beroepsloopbaan te worden uitgesloten van het genot van een vaste dienstbetrekking. Dit leidt tot de conclusie dat de regeling verder gaat dan passend en noodzakelijk is om het doel te bereiken en om die reden niet kan worden gerechtvaardigd uit hoofde van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2000/78.

Daaraan kan niet afdoen dat op het moment waarop Mangold de overeenkomst sloot, de omzettingstermijn voor richtlijn 2000/78 nog niet was verstreken en dat het om een tijdelijke maatregel ging. De richtlijn verplicht de lidstaten om de regelgeving aan te passen aan het voorgeschreven resultaat. Dit betekent dat tijdens de omzettingstermijn geen maatregelen mogen worden getroffen die onverenigbaar zijn met de doelstellingen van de richtlijn. Dit geldt in het bijzonder wanneer, zoals in casu, bij wijze van uitzondering gebruik wordt gemaakt van een extra periode van drie jaar voor de omzetting van de richtlijn.

Van belang is verder dat het Hof benadrukt dat het beginsel van non-discriminatie op grond van leeftijd beschouwd moet worden als een algemeen beginsel van gemeenschapsrecht. Dit geldt ongeacht het al dan niet verstreken zijn van een omzettingstermijn. De nationale rechter moet de volle werking van het algemene beginsel van non-discriminatie naar leeftijd verzekeren en zal elke daarmee strijdige bepaling van nationaal recht buiten toepassing moeten laten.

Eerste inventarisatie van de mogelijke effecten
Dit is het eerste arrest over verschil in behandeling op grond van leeftijd. Duidelijk wordt dat een leeftijdscriterium in een regeling mag worden opgenomen, maar dat wel aangetoond moet worden dat dit criterium een legitiem doel dient en dat de regeling passend en noodzakelijk is om dit doel bereiken. De beoordelingswijze van het Hof sluit aan bij eerdere nationale jurisprudentie van de Hoge Raad en bij de objectieve rechtvaardigingstoets die door de Commissie Gelijke Behandeling wordt gehanteerd op basis van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid, waarmee richtlijn 2000/78/EG in Nederland is geïmplementeerd. In het arrest staat, dat de nationale rechter nationale wetgeving in strijd met het beginsel van non-discriminatie op grond van leeftijd buiten toepassing dient te laten. Hierbij moet worden aangetekend, dat het een geschil tussen particulieren betrof. Nog onduidelijk is of uit dit arrest volledige horizontale rechtstreekse werking van het beginsel van non-discriminatie op grond van leeftijd moet worden afgeleid in de zin dat particulieren in hun onderlinge verhouding rechtstreeks gebonden zijn aan dit beginsel. Mogelijk zal zaak C-411/05, Palacios de la Villa, op dit punt meer duidelijkheid bieden. Voorts heeft de A-G in de zaak Chacon Navas (zaak C-13/05) gepleit voor een minder vergaande interpretatie en toepassing van richtlijn 2000/78 dan die van het Hof in de zaak Mangold.

Voorstel voor behandeling
De ICER zendt dit fiche en het arrest ter kennisneming aan alle ministers en verzoekt de minister van Justitie om het fiche met arrest door te zenden naar de Raad voor de Rechtspraak. Een vervolgfiche van dit arrest is niet noodzakelijk.