C-145/97, Commissie tegen België, arrest van 7 mei 1998

Contentverzamelaar

C-145/97, Commissie tegen België, arrest van 7 mei 1998

Datum arrest, zaaknummer, partijen
HvJEG 7 mei 1998, zaak C-145/97, Commissie tegen België

Sleutelwoorden
Harmonisatie van wetgevingen - Niet-nakoming - Verplichting tot voorafgaande mededeling krachtens richtlijn 83/189/EEG

Samenvatting van feiten, redenering en dictum
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft een besluit betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor verhuur van gemeubileerde woningen vastgesteld, zonder het ontwerp ervan aan de Commissie te hebben meegedeeld. Het besluit bepaalt onder meer dat de elektrische toestellen moeten voldoen aan de voorschriften van de Belgische normen en koninklijke besluiten terzake, en dat zij het kenmerk 'CEBEC' dragen (artikel 12).

Ook bepaalt het besluit dat aardgasinstallaties moeten voldoen aan de norm NBN D51-003: 'Installaties voor brandbaar gas, lichter dan lucht, verdeeld door leidingen' en aan de Belgische normen terzake en het merk 'BENOR' moeten dragen; bij gebrek aan normen moeten zij goedgekeurd zijn door de Koninklijke Vereniging der Belgische Gasvaklieden (KVBG) (artikel 12).

Tenslotte bepaalt het besluit dat, onverminderd de toepassing van de wettelijke en reglementaire schikkingen wat de brandvoorkoming betreft, de verhuurder de nodige maatregelen moet nemen om (...)ieder begin van brand snel en doeltreffend te kunnen bestrijden door het plaatsen van de nodige uitrusting ter bescherming tegen brand. (...) De uitrusting ter bescherming tegen brand moet aan de normen ter zake voldoen en het merk 'BENOR' dragen (artikel 23).

Het Hof is van oordeel dat het besluit technische voorschriften bevat - hetgeen overigens door de Belgische regering niet is bestreden - en dat daarom op grond hiervan de in art. 8 van richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PB L 109, blz. 8) opgenomen meldingsplicht niet is nagekomen.

Korte analyse
Verbazingwekkend is het niet dat het Hof bepaalt dat wettelijke regelingen die een nationale norm, bevatten, moeten worden aangemeld. Nieuw is daarentegen dat nationale regelingen die voor producten bij gebreke van een nationale norm een goedkeuring vereisen van privaatrechtelijke instellingen ook moeten worden aangemeld. Uit het Securitel-arrest van 30 april 1996 (Jur. 1996, blz. I-2201) kan worden afgeleid dat bovengenoemde regelingen bij niet-aanmelding buiten toepassing moeten blijven, als particulieren zich voor de nationale rechter op de artikel 8 en 9 van richtlijn 83/189/EEG beroepen (punt 55).

Eerste analyse van de mogelijke effecten voor beleid, wetgeving, rechtspraak of rechtspraktijk op nationaal of Europees niveau
Wettelijke nationale regelingen die een nationale norm bevatten, moeten worden aangemeld. Dit geldt ook voor nationale regelingen die voor producten bij gebreke van een nationale norm een goedkeuring vereisen van privaatrechtelijke instellingen (zie artikel 13 van het besluit). Nederland kent ook dergelijke nationale normen, bijvoorbeeld in de ijkwetgeving. In hoeverre daarentegen Nederland ook regelingen kent die voor producten bij gebreke van een nationale norm een goedkeuring vereisen van privaatrechtelijke instellingen, is niet duidelijk. Wel ondervinden in Nederland ondernemers moeilijkheden om slanghaspels met vormvaste slang, bestemd voor vaste brandblusinstallaties, in Nederland in de handel te brengen omdat de overkoepelende vereniging van waterleidingbedrijven (VEWIN) aan de waterleidingbedrijven oplegt dat bepaalde brandslanghaspels gebruikt moeten worden. Dit is echter niet vervat in een regeling. De "VEWIN-zaak" heeft de Commissie aanleiding gegeven tegen Nederland een art. 169 procedure ter starten.

Voorstel voor behandeling
De ICER-V verzoekt de ICER-U na te gaan of Nederland regelingen kent die voor producten bij gebreke van een nationale norm een goedkeuring vereisen van privaatrechtelijke instellingen.