C-163/96, Raso, arrest van 12 februari 1998

Contentverzamelaar

C-163/96, Raso, arrest van 12 februari 1998

Datum arrest, zaaknummer, partijen
HvJEG 12 februari 1998, zaak C-163/96, Raso

Sleutelwoorden
Uitlegging van art. 59, 86 en 90, lid 1, EG-Verdrag - Nationale regeling die het terminal-havenbedrijven verbiedt voor verrichting van diensten ten behoeve van gebruikers van terminal een beroep te doen op derde ondernemingen die niet tot voormalige havencorporaties behoren

Samenvatting van feiten
Raso en tien andere personen, de wettelijke vertegenwoordigers van La Spezia Container Srl (hierna: 'LSCT'), een onderneming met een concessie voor een haventerminal in de haven van La Spezia, en van vier andere ondernemingen met een vergunning voor het verrichten van havenwerkzaamheden aldaar, aan wie ten laste is gelegd dat zij wederrechtelijk arbeidskrachten hebben gebruikt respectievelijk ter beschikking gesteld, namelijk in strijd met het algemene verbod van arbeidsbemiddeling van de Italiaanse wet van 1960.

In het arrest van 10 december 1991, Merci convenzionali porto di Genova (C-179/90, Jurispr. blz. I-5889) verklaarde het Hof voor recht, dat artikel 90, lid 1, junctis de artikelen 30, 48 en 86, EEG-Verdrag zich verzet tegen een regeling van een lidstaat die een in die lidstaat gevestigde onderneming, waaraan het uitsluitend recht is verleend om de werkzaamheden in de haven te organiseren, verplicht voor de uitvoering van die werkzaamheden gebruik te maken van een havencorporatie die uitsluitend uit nationale werknemers bestaat.

Naar aanleiding van dit arrest is de Italiaanse wetgeving veranderd bij wet van 1994. Nu zijn de werkzaamheden van de havencorporatie juridisch gescheiden in enerzijds het verrichten van havenwerkzaamheden en anderzijds het uitlenen van arbeidskrachten aan andere ondernemingen. Andere ondernemingen met een concessie kunnen voortaan eigen personeel inzetten voor de fysieke uitvoering van de havenwerkzaamheden, zodat zij in perioden van normale drukte niet meer zijn aangewezen op de diensten van de havencorporaties.

Redenering
Het Hof constateert dat de corporatie van La Spezia voor het leveren van diensten aan gebruikers van de haven kan concurreren met de ondernemingen met een vergunning of een concessie voor de haventerminals, en tegelijkertijd een uitsluitend recht heeft voor de levering van tijdelijk personeel aan die ondernemingen. De havencorporatie heeft dus een belangenconflict. Door de enkele uitoefening van haar monopolie is zij immers in staat, de gelijkheid van kansen tussen de verschillende marktdeelnemers die actief zijn op de markt voor havendiensten, in haar voordeel te vervalsen. Daardoor wordt de betrokken corporatie tot misbruik van haar monopolie gebracht, door haar concurrenten op de markt voor havenwerkzaamheden buitensporige prijzen voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten in rekening te brengen of personeel ter beschikking te stellen dat niet volledig voor zijn taak is berekend.

In die omstandigheden is een wettelijke regeling als voortvloeit uit de wet van 1994 op zichzelf reeds in strijd met artikel 90, lid 1, juncto artikel 86, van het Verdrag. Het is van weinig belang, dat de verwijzende rechter geen gewag heeft gemaakt van enig werkelijk misbruik door de havencorporaties.

Dictum
De artikelen 86 en 90 EG-Verdrag moeten aldus worden uitgelegd, dat zij zich verzetten tegen een nationale wettelijke regeling die aan een havencorporatie het recht voorbehoudt om tijdelijke arbeidskrachten ter beschikking te stellen van andere ondernemingen die werkzaam zijn in de haven waar zij is gevestigd, wanneer die corporatie zelf een vergunning heeft om havenwerkzaamheden te verrichten.

Korte analyse
Het Hof bevestigt zijn eerdere rechtspraak over monopolies en misbruik ervan in de arresten van 23 april 1991, Höfner en Elser, C-41/90, Jurispr. blz. I-1979; 18 juni 1991, ERT, C-260/89, Jurispr. blz. I-2925, en van 13 december 1991, GB-inno-BM, C-18/88, Jurispr. blz. I-5941.

Eerste inventarisatie van de mogelijke effecten voor beleid, wetgeving, rechtspraak of rechtspraktijk op nationaal of Europees niveau
geen

Voorstel voor behandeling
De ICER neemt het arrest voor kennisgeving aan.