C-265/03, Igor Simutenkov, arrest van 12 april 2005

Contentverzamelaar

C-265/03, Igor Simutenkov, arrest van 12 april 2005

Signaleringsfiche

Datum arrest, zaaknummer, partijen
Arrest van het Hof van 12 april 2005, de zaak C-265/03, Igor Simutenkov tegen Ministerio de Educacion y Cultura; Real Federacion Espanola de Futbol

Betrokken departementen
BZ, JUS, V&I, VWS en EZ

Beleidsrelevantie
Derdelanders (zoals bijv. Russen) kunnen op basis van overeenkomsten tussen de Gemeenschappen en het derde land over rechten beschikken die vergelijkbaar zijn met de rechten van onderdanen van een lidstaat, ook als deze overeenkomsten niet zijn bedoeld om op termijn tot de Europese Unie toe te treden.

Sleutelwoorden
Externe betrekkingen - associatie overeenkomst met Rusland-rechtstreekse werking-non discriminatie

Samenvatting van feiten, redenering en dictum
Op 1 december 1997 is de partnerschapsovereenkomst tussen de Gemeenschappen en Rusland in werking getreden. Deze overeenkomst bepaalt dat onderdanen van Rusland die tewerkgesteld zijn in een lidstaat niet op grond van hun nationaliteit mogen worden gediscrimineerd, wat werkomstandigheden, beloning en ontslag betreft. Igor Simutenkov was als profvoetballer werkzaam bij Club Deportivo Tenerife. Hij beschikte over een bondslicentie als niet-communautaire speler. In 2001 verzocht Simutenkov om vervanging van zijn licentie voor dezelfde licentie als die waarover communautaire spelers beschikken. Dit verzoek werd afgewezen op grond van de reglementen van de koninklijke Spaanse voetbalbond (RFEF). Deze reglementen bepalen, kort gezegd, dat er een beperking is aan het aantal niet-communautaire spelers dat in de Spaanse competitie kan worden opgesteld. Simutenkov was van mening dat deze regeling betekende dat hij als Russisch onderdaan werd gediscrimineerd in strijd met de overeenkomst Gemeenschappen-Rusland.

Het Hof oordeelt om te beginnen dat aan het non-discriminatiebeginsel in de partnerschapsovereenkomst rechtstreekse werking toekomt. Dit betekent dat de nationale rechter nationale bepalingen in strijd met dit verbod buiten toepassing moet verklaren. Hieraan doet niet af, dat deze partnerschapsovereenkomst niet tot doel heeft een associatie tot stand te brengen met het oog op de geleidelijke integratie van Rusland in de Europese Unie. Verder komt het Hof tot de conclusie dat, in lijn met eerdere rechtspraak, een regel die de opstelling in de nationale competitie van het aantal beroepsspelers uit het betrokken derde land beperkt, betrekking heeft op arbeidsvoorwaarden en niet op louter sportieve regels, zoals de Spaanse regering betoogt.

Concluderend stelt het Hof dat de partnerschapsovereenkomst Gemeenschappen-Rusland zich ertegen verzet, dat op een Russische profvoetballer die werkt bij in een lidstaat gevestigde club, een door een sportbond van de lidstaat vastgestelde regel wordt toegepast volgens welke de clubs in competities op nationaal niveau slechts een beperkt aantal spelers mogen opstellen uit derde landen die geen partij zijn bij de EER-overeenkomst.

Eerste inventarisatie van mogelijke effecten
In deze uitspraak bevestigt het Hof, dat derdelanders zoals Russen op basis van overeenkomsten tussen de Gemeenschappen en het derde land over rechten kunnen beschikken die vergelijkbaar zijn met de rechten van onderdanen van een lidstaat. Bij het opstellen van regels die de positie van derdelanders betreffen, moet daarom worden gekeken naar de vraag in hoeverre er op grond van overeenkomsten tussen de Gemeenschappen en het betreffende derde land uitzonderingen voor onderdanen van dit derde land nog toelaatbaar zijn. Dit geldt ook voor overeenkomsten, waarvan het niet de bedoeling is dat zij leiden tot toetreding van het betreffende derde land tot de Europese Unie. Te denken valt bijvoorbeeld aan overeenkomsten met andere voormalige Sovjet-landen en met landen in Noord-Afrika.

Voorstel voor behandeling
De ICER zendt het fiche en het bijbehorende arrest ter kennisneming toe aan de Ministers van Buitenlandse Zaken, van Justitie, van Vreemdelingenzaken en Integratie, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Economische Zaken. In een vervolgfiche wordt in kaart gebracht om welke andere overeenkomsten met derde landen het kan gaan.