C-284/04 en C-369/04, T-Mobile en Hutchison (UMTS), arrest van 26 juni 2007

Contentverzamelaar

C-284/04 en C-369/04, T-Mobile en Hutchison (UMTS), arrest van 26 juni 2007

Signaleringsfiche
Arresten van het Hof van Justitie EG van 26 juni 2007 in de zaken C-284/04, T-Mobile Austria GmbH e.a. tegen Republik Österreich, en C-369/04, Hutchison 3G UK Ltd e.a. tegen Commissioners of Customs and Excise.

Betrokken departementen
FIN en EZ

Sleutelwoorden
Zesde BTW-richtlijn (vanaf 1 januari 2007 BTW-richtlijn 2006/112) – Belastbare handelingen –
Begrip ‘economische activiteit’ – Artikel 4, lid 2 (vanaf 1 januari 2007 artikel 9, lid 1) –
Toewijzing van rechten op c.q. toekenning van vergunningen voor gebruik van bepaald gedeelte van voor telecommunicatiediensten voorbehouden radiofrequentiespectrum

Samenvatting van feiten, redenering en dictum
In 2000 werden in het VK en in Oostenrijk licenties geveild voor het gebruik van zogenoemde UMTS-frequenties. Het ging daarbij om grote bedragen (in het VK om ongeveer € 38 mld., in Oostenrijk om ongeveer € 800 mln.) Tijdens de gunningsprocedure werd niet gesproken over de btw. Toen het de (licenties verkrijgende) telecommaatschappijen duidelijk werd dat zij wel erg veel voor de licenties hadden betaald probeerden zij wat geld terug te krijgen. De telecommaatschappijen stelden zich op het standpunt dat de afgifte van de vergunningen aan de btw was onderworpen en dat in de betaalde bedragen btw was begrepen. De fiscus zou deze btw als voorbelasting moeten terugbetalen. Het Hof van Justitie EG oordeelt echter dat de uitgifte van UMTS-frequenties geen economische activiteit in de zin van de btw is en daarmee niet valt binnen de werkingssfeer van de BTW-richtlijn. (De overheid oefende volgens het Hof uitsluitend een haar uitdrukkelijk opgedragen toezichthoudende en regelgevende activiteit uit). Aan heffing van btw en dus aan aftrek van belasting wordt niet toegekomen.

Inventarisatie van de mogelijke effecten
Er zijn geen gevolgen voor beleid, wetgeving, rechtspraak of rechtspraktijk. De uitspraken van het Hof van Justitie EG zijn in lijn met het nationale recht (de uitgifte van de onderhavige licenties buiten de heffing van omzetbelasting houden) en deze situatie wordt als wenselijk beschouwd. De arresten doen geen bijzondere vragen rijzen. Wel maken de arresten duidelijk dat het zaak is voorafgaand aan veilingen, maar ook bij andere gunningsinstrumenten zoals concessies e.d., te onderzoeken of sprake is van een belastbare activiteit. Niet alle activiteiten van de Staat zijn immers uitgesloten van de werking van de BTW-richtlijn. Gezien de vaak grote financiële belangen is het goed hieraan expliciet aandacht te besteden. Het VK en Oostenrijk behoeven geen bedragen terug te betalen. Dit is ook positief voor Nederland en andere lidstaten waar dezelfde problematiek speelt. Nederland heeft namelijk ook in 2000 UMTS-frequenties geveild aan telecombedrijven. Dit bracht € 2,7 mld. op (“btw-belang” ruim € 400 mln.). Ook de Nederlandse overheid was destijds van mening dat de veiling buiten de btw kon worden gehouden, en ook in Nederland zijn inmiddels procedures aangespannen om de btw die de maatschappijen stellen te hebben betaald van de fiscus terug te krijgen. Nu het Hof heeft beslist dat de uitgifte van UMTS-frequenties niet belast is met btw, zullen de aangespannen procedures waarschijnlijk in lijn met de onderhavige arresten worden beëindigd.
Overigens is duidelijk dat de lidstaten lering zullen trekken uit de arresten en bij toekomstige veilingen hun visie ter zake tevoren kenbaar zullen maken en hun belangen in dezen daarmee veilig zullen stellen.

Voorstel voor behandeling
Dit fiche en de bijbehorende arresten ter kennisneming toezenden aan alle departementen.