C-345/06 Heinrich

Contentverzamelaar

C-345/06 Heinrich

Signaleringsfiche

Arrest van het Hof van Justitie van 10 maart 2009, in de zaak C-345/06, Gottfried Heinrich
Betrokken departementen
BZ, JUS, BZK, V&W, EZ

Sleutelwoorden
rechtszekerheid -verplichtingen aan particulieren- niet-bekendmaking – bindende kracht - beveiliging van luchtvaart - verboden voorwerpen op geheime lijst –

Beleidsrelevantie
Een bijlage bij een verordening die niet is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie heeft geen bindende kracht voor zover deze bijlage beoogt verplichtingen op te leggen aan particulieren.

Samenvatting van feiten, redenering en dictum
De Oostenrijker Gottfried Heinrich had tennisrackets in zijn handbagage. Hem werd op de luchthaven Wien-Schwechat de toegang tot het vliegtuig geweigerd omdat tennisrackets behoren tot de verboden voorwerpen als bedoeld in de bijlage bij verordening 2320/2002 over beveiliging van de burgerluchtvaart (hierna: de verordening). Wijzigingen van deze bijlage waren niet bekendgemaakt in het Publicatieblad van de EU. Heinrich dient een klacht in bij de nationale rechter. Deze vraagt aan het Hof of de niet-gepubliceerde bijlage bindende kracht heeft tegenover particulieren.

Het Hof beslist dat dit niet het geval is. Allereerst overweegt het Hof dat het rechtszekerheidsbeginsel vereist dat justitiabelen in staat zijn om hun verplichtingen nauwkeurig te kennen. Uit dit beginsel vloeit voort dat niet alleen de nationale regeling ter uitvoering van de communautaire verordening bekend moet worden gemaakt, maar ook de verordening die de lidstaten ertoe verplicht om maatregelen te nemen die verplichtingen opleggen aan particulieren. Vervolgens stelt het Hof vast dat, hoewel de bepalingen van de bijlage bij de verordening in eerste instantie lijken te zijn gericht tot de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, zij beogen verplichtingen aan particulieren op te leggen.

De Commissie heeft de lijst van verboden voorwerpen in de bijlage bij de verordening gewijzigd door maatregelen in de bijlage van uitvoeringsverordening 622/2003 (hierna: de uitvoeringsverordening). Deze bijlage en de daarin opgenomen wijzigingen zijn niet bekendgemaakt in het Publicatieblad van de EU. Hoewel de verordening een geheimhoudingsregeling bevat, kan die geheimhoudingsregeling naar het oordeel van het Hof niet door de Commissie worden toegepast op de bijlage van de uitvoeringsverordening. Wijzigingen in de lijst met verboden voorwerpen door de uitvoeringsverordening zijn ongeldig. Het Hof is bovendien van oordeel dat aanpassingsmaatregelen zoals de bijlage bij de uitvoeringsverordening, voor zover zij beogen verplichtingen aan particulieren op te leggen, hoe dan ook in het Publicatieblad van de EU moeten worden bekendgemaakt. Daarbij is niet relevant of de verplichtingen rechtstreeks of via de lidstaten worden opgelegd. Het Hof concludeert dat de bijlage van de uitvoeringsverordening geen bindende kracht heeft. Het Hof ziet ten slotte geen aanleiding om de gevolgen van dit arrest in de tijd te beperken.

Eerste inventarisatie van mogelijke effecten
Het arrest verduidelijkt dat bepalingen die verplichtingen beogen op te leggen aan particulieren altijd moeten worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de EU. Het maakt daarbij niet uit of deze verplichtingen rechtstreeks, of via de lidstaten worden opgelegd. Zolang de lijst van verboden voorwerpen niet in het Publicatieblad van de EU is bekendgemaakt kan Nederland deze niet inroepen tegenover particulieren. De Commissie zal moeten zorgdragen voor de bekendmaking. Reeds na de conclusie van de advocaat-generaal in deze zaak heeft de Commissie uitvoeringsverordening 622/2003 gesplitst in de openbare verordening 820/2008 en een geheime beschikking. De lijst met verboden voorwerpen is nu opgenomen in de openbare (gepubliceerde) verordening.
Voorstel van behandeling
De ICER stelt voor het arrest en het bijbehorende signaleringsfiche ter kennisneming te verzenden naar de ministers van Buitenlandse Zaken, Justitie, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken. Een vervolgfiche is niet nodig.