C-352/06, Bosmann. arrest van 20 mei 2008

Contentverzamelaar

C-352/06, Bosmann. arrest van 20 mei 2008

Signaleringsfiche
Arrest van het Hof van Justitie van 20 mei 2008 in zaak C-352/06, B. Bosmann tegen Bundesagentur für Arbeit – Familienkasse Aachen

Betrokken departementen
SZW, FIN, OCW, VWS

Sleutelwoorden
Gezinsbijslag – Artikel 13, lid 2, sub a, van verordening (EEG) nr. 1408/71 – Artikel 10 van verordening (EEG) nr. 574/72 – Toepasselijke wetgeving – Toekenning van uitkering in woonstaat die niet de bevoegde staat is

Beleidsrelevantie
Wanneer een in Nederland wonende werknemer in een andere lidstaat gaat werken, en hij zijn aanspraak op kinderbijslag op grond van de wetgeving van die andere lidstaat niet geldend kan maken, kan hij niet in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Kinderbijslagwet of de Wet op het kindgebonden budget. Deze wetten staan dit niet toe. Hetzelfde geldt voor uitkeringen op grond van de overige volksverzekeringswetten. De Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 laat het verstrekken van een uitkering in een dergelijke situatie wel toe.

Samenvatting van feiten, redenering en dictum
Bosmann heeft twee kinderen van 25 en 23 jaar oud. Zij woont in Duitsland en werkt in Nederland. Volgens de Duitse wet heeft zij als ingezetene recht op kinderbijslag. Op grond van verordening 1408/71 is echter de Nederlandse wetgeving op haar van toepassing. In Nederland wordt geen kinderbijslag toegekend voor kinderen boven 18 jaar. De verwijzende rechter vraagt onder meer hoe de aanwijsregels van verordening 1408/71 in een dergelijk geval moeten worden gehanteerd.
Naar aanleiding van de opmerkingen van de Commissie overweegt het Hof dat voorrang ten gunste van de toepassing van de wetgeving van de woonstaat, zoals in verordening 574/72 is geregeld bij cumulatie van gezinsbijslagen, niet kan worden toegepast. In dit geval is kinderbijslag in de werkstaat uitgesloten en is geen sprake van cumulatie van gezinsbijslagen. De situatie van Bosmann valt derhalve onder de algemene regeling van verordening 1408/71. Dit betekent dat niet de Duitse, maar de Nederlandse regelgeving van toepassing is. Het gemeenschapsrecht verplicht de Duitse instanties dus niet om de gezinsbijslag toe te kennen.
Het Hof overweegt verder dat de toepassing van bepalingen van een andere rechtsorde niet altijd is uitgesloten en dat verordening 1408/71 uitgelegd moet worden in het licht van het vrij werknemersverkeer. Dat betekent dat migrerende werknemers geen uitkeringsrechten mogen verliezen of de hoogte ervan verminderd mogen zien. De woonstaat kan in een dergelijke situatie niet de bevoegdheid worden ontzegd om de gezinsbijslag toe te kennen, als dit op grond van de nationale regeling van de woonstaat mogelijk is.

Eerste inventarisatie van de mogelijke effecten
De Nederlandse volksverzekeringswetten koppelen het recht op uitkering aan het ingezetenschap. In deze wetten is ook steeds een bepaling opgenomen dat iemand niet als verzekerde wordt aangemerkt wanneer op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is.. Wanneer een in Nederland wonende werknemer in een andere lidstaat gaat werken, maar zijn aanspraak op grond van de wetgeving van de andere lidstaat niet geldend kan maken, kan hij dus niet in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Nederlandse wet, omdat deze dat niet toestaat. Via de koppeling van de kring van gerechtigden van de Wet op het kindgebonden budget aan die van de Algemene Kinderbijslagwet geldt dit ook voor het kindgebonden budget.

De Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 kent een dergelijke beperkende bepaling niet, zodat het verstrekken van een Nederlandse uitkering in bovenbedoelde situatie wel tot de mogelijkheden behoort. Overwogen wordt om deze regeling aan te passen.

Voorstel voor behandeling
De ICER zendt dit signaleringsfiche en het arrest ter kennisneming toe aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Een vervolgfiche is niet noodzakelijk.