C-355/25 IBL Banca

Contentverzamelaar

C-355/25 IBL Banca

Prejudiciële hofzaak   

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     8 september 2025
Schriftelijke opmerkingen:                     25 oktober 2025

Trefwoorden: kredietovereenkomst, vervroegde aflossing, totale kredietkosten, ongerechtvaardigde verrijking

Onderwerp: Richtlijn 2008/48 (consumentenkredietovereenkomsten): artikel 16. 

De Italiaanse rechter twijfelt over de terugvorderbaarheid van de fiscale kosten bij vervroegde aflossing van een consumentenkrediet, en vraagt het Hof of de fiscale kosten moeten worden inbegrepen in het begrip ‘totale kredietkosten’. Op grond van artikel 16 van richtlijn 2008/48 heeft de consument namelijk recht op een vermindering van de totale kredietkosten bij vervroegde aflossing, wat zou betekenen dat de consument dit terugbetaald moet krijgen. De verwijzende rechter stelt daarbij de vraag of zo een terugbetaling in strijd is met het Unierechtelijke verbod op ongerechtvaardigde verrijking. 

Prejudiciële vragen: 
a) Staat de regeling van artikel 16, lid 1, van richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008, uitgelegd in het licht van het arrest van het Hof van Justitie van 11 september 2019, Lexitor (C-383/18, ECLI:EU:C:2019:702), in de weg aan een uitlegging van het begrip „totale kosten van het krediet” – op de verlaging waarvan de consument recht heeft bij vervroegde aflossing van het krediet – volgens welke dit begrip niet de fiscale kosten omvat, waarvan het bedrag volgens de nationale regeling niet afhankelijk is van de looptijd van de financiering en die door de kredietgever worden afgedragen bij de verstrekking van het krediet? 
b) Verzet het algemene Unierechtelijke beginsel van het verbod van ongerechtvaardigde verrijking, toegepast op de regeling van artikel 16, lid 1, van richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008, zich tegen de uitlegging van de nationale regeling waarbij die richtlijn in nationaal recht is omgezet, volgens welke in geval van vervroegde aflossing van het krediet en terugbetaling aan de consument van de „totale kosten van het krediet”, aan de consument ook de fiscale kosten moeten worden terugbetaald waarvan het bedrag volgens de nationale regeling niet afhangt van de looptijd van de financiering en die door de kredietgever worden afgedragen bij de verstrekking van het krediet?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-383/18 Lexitor; C-599/13 Somvao; C-555/21 Verein für Konsumenteninformation; C-76/22 QI/Santander Bank Polska S.A.

Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal

Gerelateerde documenten