Wanneer een rechter van een lidstaat prejudiciële vragen stelt aan het EU-Hof stelt hij een zogenoemde verwijzingsbeslissing (ook wel verwijzingsuitspraak (en voorheen verwijzingsbeschikking) genoemd) op. Deze verwijzingsbeslissing vormt het startschot van de prejudiciële procedure. In Nederland wordt op interdepartementaal niveau (in het kader van de ICER-H) een overzicht gemaakt van nieuwe prejudiciële zaken en wordt een selectie gemaakt van zaken die moeten worden gevolgd of waaraan Nederland actief wil deelnemen of in wil interveniëren.
De ECER-databank genoemd in de tab hierboven bevat korte samenvattingen: zogenoemde Nieuwe Hofzaken-fiches. Die fiches zijn opgesteld door de griffie van het Hofcluster van de Afdeling Europees Recht van de Directie Juridische Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Bij deze fiches zijn ook de onderliggende verwijzingsbeslissing van de desbetreffende nationale rechter van een lidstaat opgenomen (zie onderaan de Nieuwe Hofzaak-fiche onder “Gerelateerde documenten”). Tevens vindt u in de ECER-databank met Nieuwe Hofzaak-fiches een aantal opgestelde fiches inzake tegen Nederland ingestelde directe beroepen.
De databank bevat fiches van prejudiciële zaken die tot en met 31 december 2025 aanhangig zijn gemaakt bij het EU-Hof of het EU-Gerecht. De databank bevat dus geen fiches van zaken die op of na 1 januari 2026 aanhangig zijn gemaakt. Voor meer informatie over die prejudiciële zaken en de daarbij behorende verwijzingsbeslissingen verwijzen wij u graag door naar de website van het Hof van Justitie van de EU.