C-393/25 Okresny sud Banska Bystrica   

Contentverzamelaar

C-393/25 Okresny sud Banska Bystrica   

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     2 september 2025
Schriftelijke opmerkingen:                     19 oktober 2025

Trefwoorden: kredietwaardigheid consumenten (ambtshalve) beoordelen, sancties  kredietverstrekker

Onderwerp: artikelen 8 en 23 van richtlijn 2008/48 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten
De Slowaakse tenuitvoerleggingsrechter heeft verzoeker OC’s kredietwaardigheid niet getoetst bij de afwijzing van de tegen haar aanhangige executoriale procedure. De Slowaakse rechtspraak staat dat niet toe. De verwijzende rechter twijfelt over de juistheid daarvan en wil weten welke gevolgen verbonden moeten worden aan niet-kredietwaardigheid. Dit gezien artikelen 8 en 23 van de richtlijn, die beogen te voorkomen dat krediet wordt verstrekt aan consumenten die niet kredietwaardig zijn om de gevolgen van de niet-terugbetaling van uitgekeerde kredieten tegen te gaan. 

Prejudiciële vraag: Moeten de artikelen 8 en 23 van richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG van de Raad aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan wettelijke regelingen en daaruit voortvloeiende rechtspraak van de nationale rechterlijke instanties die niet toestaan dat in het kader van een tenuitvoerleggingsprocedure ambtshalve wordt onderzocht of de kredietgever zijn verplichting niet is nagekomen om de kredietwaardigheid van de consument te beoordelen en dat aan een leverancier die krediet aan een niet-kredietwaardige consument heeft verstrekt de sanctie van verlies van rente wordt opgelegd?” 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: arrest van 4 juni 2009, Pannon GSM, C-243/08, EU:C:2009:350, arrest van 17 mei 2018, Karel de Grote – Katholieke Hogeschool Antwerpen, C-147/16, EU:C:2018:320, arrest van 21 april 2016, C-377/14, EU:C:2016:283, arrest van 27 maart 2014, LCL Le Crédit Lyonnais, C-565/12, EU:C:2014:190 en arrest van 17 mei 2022, SPV Project 1503 e.a., gevoegde zaken C-693/19 en C-831/19, EU:C:2022:395. 

Specifiek beleidsterrein: JenV, FIN, EZ