C-429/25 Grabowski

Contentverzamelaar

C-429/25 Grabowski

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     26 augustus 2025
Schriftelijke opmerkingen:                     12 oktober 2025

Trefwoorden: kredietovereenkomsten, oneerlijke bedingen, schending informatieplicht

Onderwerp: Richtlijn 93/13 (betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten): artikel 6, lid 1; Richtlijn 2008/48 (inzake kredietovereenkomsten voor consumenten): artikel 10, lid 2 en artikel 23. 

Verzoeker ‘OKL’ heeft in 2016 een consumentenkredietovereenkomst met een Poolse bank gesloten. OKL wil nu de bank veroordelen tot terugbetaling van de kredietkosten op grond van de ‘sanctie van kosteloos krediet’, wegens schendingen van informatieplichten over de kosten van het krediet. De verwijzende rechter vraagt zich af of in de situatie dat een contractueel beding zowel in strijd is met de informatieplicht uit richtlijn 2008/48, als een oneerlijk beding is onder richtlijn 93/13, beide sancties tegelijk kunnen worden toegepast, en zo ja, onder welke voorwaarden.

Prejudiciële vraag: 
Moeten artikel 6, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB 1993, L 95, blz. 29, zoals gewijzigd) en artikel 23 juncto artikel 10, lid 2, van richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG van de Raad (PB 2008, L 133, blz. 66, zoals gewijzigd) aldus worden uitgelegd dat wanneer de rechter, in een zaak betreffende de toepassing van een sanctie op een consumentenkredietovereenkomst wegens schending van de informatieplicht, welke sanctie bij een nationale regeling in de nationale rechtsorde van de lidstaat is ingevoerd op grond van artikel 23 juncto artikel 10, lid 2, van richtlijn 2008/48, vaststelt dat er redenen bestaan om de nationale regeling toe te passen waarbij in de nationale rechtsorde van de lidstaat, met betrekking tot contractuele bedingen waarvoor de genoemde informatieplicht geldt, een sanctie voor het opnemen van oneerlijke bedingen in overeenkomsten tussen een verkoper en een consument is ingevoerd op grond van artikel 6, lid 1, van richtlijn 93/13, er geen redenen bestaan om de sanctie voor schending van de informatieplicht toe te passen die bij de nationale regeling in de nationale rechtsorde van de lidstaat is ingevoerd op grond van artikel 23 juncto artikel 10, lid 2, van richtlijn 2008/48?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-472/23 Lexitor; C-419/18 en C-483/18, Profi Credit Polska S.A.; C-76/10, Pohotovost; C-303/20 Ultimo Portfolio Investment (Luxembourg).

Specifiek beleidsterrein: EZ

Gerelateerde documenten