C-434/02 en C-210/03, Snus, arresten van 14 december 2004

Contentverzamelaar

C-434/02 en C-210/03, Snus, arresten van 14 december 2004

Signaleringsfiche Snus
Arrest van 14 december 2004, C-434/02 Arnold André GmbH & Co. KG tegen Landrat des Kreises Herford en arrest van 14 december 2004, C-210/03 Swedish Match AB and Swedish Match UK Ltd tegen Secretary of State for Health

Betrokken Departementen
Alle ministers

Sleutelwoorden
Vrij verkeer van goederen - productverbod ter bevordering interne markt -bescherming van de volksgezondheid - Tabaksrichtlijn- Snus (tabaksproduct voor oraal gebruik) -rechtsgrondslag

Beleidsrelevantie
Het Hof acht de bevoegdheid van de gemeenschapswetgever ruim om op grond van de bevordering van de interne markt en ter bescherming van de volksgezondheid producten te verbieden. Ook vat het Hof het voorzorgsbeginsel ruim op. De mate van schadelijkheid van de producten hoeft daarbij niet wetenschappelijk aangetoond te worden. Een dergelijk verbod is gerechtvaardigd totdat bewezen is dat het product niet schadelijk is. Het arrest heeft geen gevolgen voor het verbod op Snus in de Tabakswet.

Samenvatting van feiten, redenering en dictum
In deze twee arresten spreekt het Hof zich uit over de rechtmatigheid van het verbod van het op de markt brengen van Snus zoals opgenomen in artikel 8 van de Tabaksrichtlijn 2001/37/EG. Snus is een in Zweden veel geconsumeerd tabaksproduct voor oraal gebruik. Sinds 1989 geldt er in de EU een communautair verbod voor het in de handel brengen van Snus. Zweden heeft bij de toetreding tot de EU een uitzondering op dit verbod bedongen: Snus mag wel in Zweden verhandeld worden, maar Snus mag niet vanuit Zweden in andere EU lidstaten in de handel gebracht worden. Het verbieden door enkele andere lidstaten van Snus was een belemmering voor de markt voor tabaksproducten voor oraal gebruik en was voor de EU aanleiding een communautair verbod op Snus in te stellen.

Het Hof acht de rechtsgrondslag van artikel 95 EG Verdrag voor dit verbod gerechtvaardigd vooral ook omdat het, gelet op de bewustwording van de schadelijke gevolgen van tabaksproducten, waarschijnlijk was dat er nog meer verboden op Snus zouden worden ingevoerd. Bij de keuze voor de wijze waarop de interne markt gereguleerd wordt, kan de bescherming van de volksgezondheid doorslaggevend zijn. De gemeenschapswetgever heeft een ruime discretionaire bevoegdheid om naar gelang de omstandigheden passende maatregelen te treffen. De EU kan het verhandelen van het product aan voorwaarden verbinden of de verhandeling van een product voorlopig of voorgoed verbieden. Een op dit gebied vastgestelde maatregel is slechts onrechtmatig, wanneer zij "kennelijk ongeschikt" is voor het bereiken van het door de gemeenschapswetgever nagestreefde doel. In casu is daar volgens het Hof geen sprake van. Het Hof acht het verbod ook niet in strijd met artikel 28 EG-verdrag. Het verbod kan immers gerechtvaardigd worden ter bescherming van de volksgezondheid, vanwege de gezondheidsrisico's, het toenemende bewustzijn daarover, het risico op verslaving en de bijzondere aantrekkingskracht op jongeren.

Conclusie: volgens het Hof is het EG verbod op Snus niet in strijd met de artikelen 28 en 95 EG-verdrag en voldoet het aan de beginselen van non-discriminatie en evenredigheid. De uitzondering voor Zweden op het communautair verbod op Snus blijft van kracht.

Eerste inventarisatie van de mogelijke effecten
De uitspraken van het Hof sluiten aan op voorgaande arresten over de Tabaksrichtlijn 2001/37/EG. Het is echter opmerkelijk hoe ruim het Hof de bevoegdheid van de gemeenschapswetgever acht om op grond van de bevordering van de interne markt en ter bescherming van de volksgezondheid producten te verbieden. Het vergaande middel om een product te verbieden wordt door het Hof aanvaard omdat het doel - het verhinderen van de introductie van een nieuw schadelijk product op de markt - niet kan worden bereikt door minder vergaande maatregelen. Technische normen kunnen de schadelijke effecten van het gebruik van producten beperken, maar niet wegnemen, tenzij alle gevaarlijke stoffen uit het product moeten worden verwijderd. Volgens het Hof is er geen reden om aan te nemen dat dergelijke vergaande technische normen de handel minder zouden beperken dan een verbod.

Ook vat het Hof het voorzorgsbeginsel ruim op. De gemeenschapswetgever mag volgens het Hof - ondanks dat de wetenschap niet precies kan vaststellen hoe schadelijk het product is - een schadelijk product verbieden, totdat bewezen is dat het product niet schadelijk is voor de volksgezondheid.

Het arrest heeft geen gevolgen voor het verbod op Snus in de Tabakswet.

Voorstel voor behandeling
Het fiche wordt ter informatie toegezonden aan alle ministers. Een vervolgfiche is niet noodzakelijk.