C-453/25 Kuhlmann   

Contentverzamelaar

C-453/25 Kuhlmann   

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     2 september 2025
Schriftelijke opmerkingen:                     19 oktober 2025

Trefwoorden: interne markt; weegschaalrichtlijn (richtlijn 2014/31); optie van een elektronische bon i.p.v. een fysieke bon met informatie m.b.t. de weegverrichting 

Onderwerp: Richtlijn 2014/31/EU betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van niet-automatische weegwerktuigen: Artikel 4 junctis punten 10 en 14 van bijlage I bij deze richtlijn

Verzoekster exploiteert een levensmiddelenwinkel. Zij maakt gebruik van een zogenaamd WKS-kassasysteem. Een WKS is een combinatie van een niet-automatische, prijsberekenende weegschaal (die het gewicht vermenigvuldigt met de eenheidsprijs van het product) en een kassasysteem dat het weegresultaat overneemt. Verzoekster geeft de klant de keuze tussen een fysieke (papieren bon) en een digitale bon met informatie over de ‘weegverrichting’. Als de klant kiest voor een digitale bon, wordt er geen fysieke bon afgegeven. De fysieke bon en de digitale bon hebben dezelfde inhoud. Verweerders zijn de deelstaat Nedersaksen en de deelstaatdienst voor metrologie. Kern van het geschil is of het geven van een keuze aan de klant tussen een digitale of fysieke bon in overeenstemming is met voornoemde artikelen uit de richtlijn. 

Prejudiciële vraag:
Voldoet een apparaat dat is aangesloten op een niet-automatisch prijsberekenend weegwerktuig met een maximaal weegvermogen van niet meer dan 100 kg en dat in combinatie daarmee wordt gebruikt voor rechtstreekse verkoop aan het publiek, aan de vereisten van artikel 4 van richtlijn 2014/31/EU juncto bijlage I, punten 10 en 14, daarbij wanneer het niet noodzakelijkerwijs een fysieke bon voor de klant afdrukt waarop alle belangrijke informatie met betrekking tot de weegverrichting is aangegeven, maar de klant de keuze biedt tussen het afdrukken van een fysieke bon en het verstrekken, door middel van een QR-code, van een volledig elektronische bon die qua inhoud identiek is aan de fysieke bon? 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -

Specifiek beleidsterrein: EZ

Gerelateerde documenten