C-470/25 E.  

Contentverzamelaar

C-470/25 E.  

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     8 september 2025
Schriftelijke opmerkingen:                     25 oktober 2025

Trefwoorden: landbouwsubsidies, kunstmatig gecreëerde voorwaarden, evenredigheidsbeginsel

Onderwerp: Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 betreffende de bescherming van de financiële belangen: artikel 4, lid 3.; Verordening (EU) nr. 1306/2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid: artikel 60.

In deze zaak ligt een aantal verzoeken van landbouwproducenten ten grondslag tot toekenning van een landbouwsubsidies. De verzoeken werden geweigerd omdat bleek dat de vennootschap van de verzoeker  banden had met twee andere verzoekende vennootschappen en zij dus niet zelfstandig zijn. Hierbij werd geconstateerd dat de vennootschappen kunstmatig voorwaarden hebben gecreëerd om voordeel te halen uit de subsidies. Het is de vraag welke sanctie hieraan verbonden mag worden: een aanpassing (vermindering) van de subsidie, of zoals in deze casus een gehele weigering van de betaling. 

Prejudiciële vraag: 
Moet het begrip „voordeel” in de zin van artikel 4, lid 3, van verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen alsmede van artikel 60 van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad aldus worden uitgelegd dat het betekent dat de gehele betaling die uit de sectorale landbouwwetgeving voortvloeit niet wordt toegekend of wordt ontnomen, dan wel dat slechts het deel van de betaling dat uit kunstmatig gecreëerde voorwaarden voortvloeit niet wordt toegekend of wordt ontnomen?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-434/12 Slancheva sila; C-110/99 Emsland-Stärke; C-515/03 Eichsfelder Schlachtbetrieb; C-94/05 Emsland-Stärke; C-279/05 Vonk Dairy Products. 

Specifiek beleidsterrein: LVVN

Gerelateerde documenten